BWBR0051021
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 2
Regeling orgaantransplantatie
1. Voor het uitvoeren van de verrichtingen, bedoeld in artikel 1, bestaat behoefte aan ten hoogste:
a. drie instellingen voor transplantatie van het hart;
b. zeven instellingen voor transplantatie van de nier;
c. twee instellingen voor transplantatie van de alvleesklier;
d. drie instellingen voor transplantatie van de long;
e. drie instellingen voor transplantatie van de lever;
f. één instelling voor transplantatie van de dunne darm;
g. één instelling voor transplantatie van de eilandjes van Langerhans;
h. vier instellingen voor implantatie van kunstorganen die betrekking hebben op het hart.
2. De wijze waarop in de behoefte wordt voorzien, is neergelegd in paragraaf 1 van de bijlagebij deze regeling.
a. drie instellingen voor transplantatie van het hart;
b. zeven instellingen voor transplantatie van de nier;
c. twee instellingen voor transplantatie van de alvleesklier;
d. drie instellingen voor transplantatie van de long;
e. drie instellingen voor transplantatie van de lever;
f. één instelling voor transplantatie van de dunne darm;
g. één instelling voor transplantatie van de eilandjes van Langerhans;
h. vier instellingen voor implantatie van kunstorganen die betrekking hebben op het hart.
2. De wijze waarop in de behoefte wordt voorzien, is neergelegd in paragraaf 1 van de bijlagebij deze regeling.