BWBR0051800
Geldig vanaf 22-11-2025
Artikel 3.1
Deelregeling Bewustwording Slavernijverleden
1. De aanvrager is een natuurlijk persoon die aantoonbaar professioneel werkzaam is in de beeldende kunst en/of cultureel erfgoed als:
a. beeldend kunstenaar, of;
b. onafhankelijke curator of beschouwer.
2. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder a, is minimaal één jaar aantoonbaar professioneel werkzaam als beeldend kunstenaar. Daarbij geldt:
a. Indien de kunstenaar een hbo-bacheloropleiding met een beeldende kunstcurriculum heeft afgerond wordt de diplomadatum beschouwd als start van de professionele beroepspraktijk. Wanneer er een periode tussen de diplomadatum van de hbo-bacheloropleiding met beeldende kunstcurriculum en de start van de masteropleiding zit, wordt deze periode meegerekend als onderdeel van de professionele beroepspraktijk.
b. Indien de kunstenaar geen hbo-bacheloropleiding met een beeldende kunstcurriculum heeft afgerond wordt het moment waarop de kunstenaar voor het eerst werk presenteert binnen het circuit van de professionele beeldende kunst beschouwd als de start van de professionele beroepspraktijk.
3. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder b, is minimaal twee jaar aantoonbaar professioneel werkzaam als curator of beschouwer in de beeldende kunst of het cultureel erfgoed.
a. beeldend kunstenaar, of;
b. onafhankelijke curator of beschouwer.
2. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder a, is minimaal één jaar aantoonbaar professioneel werkzaam als beeldend kunstenaar. Daarbij geldt:
a. Indien de kunstenaar een hbo-bacheloropleiding met een beeldende kunstcurriculum heeft afgerond wordt de diplomadatum beschouwd als start van de professionele beroepspraktijk. Wanneer er een periode tussen de diplomadatum van de hbo-bacheloropleiding met beeldende kunstcurriculum en de start van de masteropleiding zit, wordt deze periode meegerekend als onderdeel van de professionele beroepspraktijk.
b. Indien de kunstenaar geen hbo-bacheloropleiding met een beeldende kunstcurriculum heeft afgerond wordt het moment waarop de kunstenaar voor het eerst werk presenteert binnen het circuit van de professionele beeldende kunst beschouwd als de start van de professionele beroepspraktijk.
3. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder b, is minimaal twee jaar aantoonbaar professioneel werkzaam als curator of beschouwer in de beeldende kunst of het cultureel erfgoed.
- Citeren als
- Art. 3.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051800
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl