BWBR0053139
Geldig vanaf 24-09-2026
Artikel 2.2
Werkwijze Autoriteit Persoonsgegevens voor onderzoek in digitale gegevens 2026
1. Totdat de dataset waarvan de toezichthoudend ambtenaar inzage vordert of de veiliggestelde dataset zodanig is geselecteerd dat zij is aan te merken als binnen-de-reikwijdte dataset, ziet de toezichthoudend ambtenaar de gegevens niet langer in dan noodzakelijk om te beoordelen of de gegevens binnen-de-reikwijdte zijn. Voor zover ten aanzien van (een deel van) de veiliggestelde dataset de 'Werkwijze Autoriteit Persoonsgegevens geheimhoudingsprivilege advocaat 2026' van toepassing is, is dat onderdeel van de dataset geen onderdeel van de beoordeling bedoeld in dit lid, totdat die werkwijze voor geprivilegieerde gegevens ten aanzien van het betreffende deel is doorlopen.
2. De toezichthoudend ambtenaar stelt het onderzoekssubject in staat aanwezig te zijn indien hij gegevens inziet om te beoordelen of deze gegevens binnen-de-reikwijdte zijn.
3. De toezichthoudend ambtenaar verstrekt het onderzoekssubject een overzicht van de gegevens op de binnen-de-reikwijdte dataset, en van de wijze van totstandkoming van de binnen-de-reikwijdte dataset, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op het moment van ter inzagelegging.
2. De toezichthoudend ambtenaar stelt het onderzoekssubject in staat aanwezig te zijn indien hij gegevens inziet om te beoordelen of deze gegevens binnen-de-reikwijdte zijn.
3. De toezichthoudend ambtenaar verstrekt het onderzoekssubject een overzicht van de gegevens op de binnen-de-reikwijdte dataset, en van de wijze van totstandkoming van de binnen-de-reikwijdte dataset, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op het moment van ter inzagelegging.
- Citeren als
- Art. 2.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053139
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl