BWBV0002872
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 11
Zetelovereenkomst voor de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen)
1. De Directeur-Generaal, alsmede diens inwonende gezinsleden, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan hoofden van de diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland overeenkomstig het Verdrag van Wenen.
2. De vrijstelling van rechtsvordering geldt niet in geval van een door derden ingediende civiele rechtsvordering ter zake van schade die voortvloeit uit een door de Directeur-Generaal begane verkeersovertreding, of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat hem toebehoort of dat door hem wordt bestuurd.
3. Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is niet van toepassing op personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of duurzaam verblijf houden in Nederland, en die niet behoren tot het personeel van een rechtsvoorganger van de Organisatie, met uitzondering van:
a. de vrijstelling van belasting op de salarissen, emolumenten en vergoedingen die ter zake van hun dienstverband bij de Organisatie worden betaald, met dien verstande dat deze vrijstelling niet geldt voor het opnemen van een spaartegoed onder de levensloopregeling; en
b. de immuniteit ten aanzien van handelingen verricht in de uitoefening van hun functie.
2. De vrijstelling van rechtsvordering geldt niet in geval van een door derden ingediende civiele rechtsvordering ter zake van schade die voortvloeit uit een door de Directeur-Generaal begane verkeersovertreding, of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat hem toebehoort of dat door hem wordt bestuurd.
3. Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is niet van toepassing op personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of duurzaam verblijf houden in Nederland, en die niet behoren tot het personeel van een rechtsvoorganger van de Organisatie, met uitzondering van:
a. de vrijstelling van belasting op de salarissen, emolumenten en vergoedingen die ter zake van hun dienstverband bij de Organisatie worden betaald, met dien verstande dat deze vrijstelling niet geldt voor het opnemen van een spaartegoed onder de levensloopregeling; en
b. de immuniteit ten aanzien van handelingen verricht in de uitoefening van hun functie.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002872
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl