Artikel 1
1. De spoorstaven moeten zoodanig met elkander verbonden zijn, dat de electrische weerstand van het spoor door de lasschen gemiddeld met niet meer dan 25 pct. verhoogd wordt.
2. De weerstand van 1 Meter spoorstaaf, waarin een lasch voorkomt, mag niet hooger zijn dan die van 10 Meter spoorstaaf van gelijke doorsnede zonder lasch.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op wissels, kruisingen en dergelijke deelen.
2. De weerstand van 1 Meter spoorstaaf, waarin een lasch voorkomt, mag niet hooger zijn dan die van 10 Meter spoorstaaf van gelijke doorsnede zonder lasch.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op wissels, kruisingen en dergelijke deelen.