BWBR0001922
Geldig vanaf 01-07-1925
Artikel 2
Reglement zwerfstromen
1. De beide spoorstaven van een spoor moeten onderling in deugdelijke electrische verbinding staan door middel van stroomgeleiders, welke geen grooteren onderlingen afstand dan 10 spoorstaaflengten hebben. Deze dwarsverbindingen mogen, wanneer zij op den grootsten toegelaten afstand aangebracht worden, geen grooteren weerstand dan 0,5 milli-Ohm per Meter hebben. Is hun aantal grooter, dan mag de weerstand per Meter naar verhouding grooter zijn.
2. Naast elkander gelegen sporen, waarvan de hartafstand 4 Meter of minder bedraagt, moeten worden verbonden door overeenkomstige dwarsverbindingen, welke echter bij vorengenoemde electrische weerstanden den dubbelen afstand mogen hebben.
3. Soortgelijke electrische verbindingen moeten worden aangebracht ter overbrugging van spoorstaafkruisingen en wissels, voor zoover deze niet uit één stuk bestaan. Bestaan zij uit één stuk en zijn zij niet overbrugd, dan moeten zij door middel van laschverbindingen, als bedoeld in artikel 1, met de aansluitende spoorstaven worden verbonden.
2. Naast elkander gelegen sporen, waarvan de hartafstand 4 Meter of minder bedraagt, moeten worden verbonden door overeenkomstige dwarsverbindingen, welke echter bij vorengenoemde electrische weerstanden den dubbelen afstand mogen hebben.
3. Soortgelijke electrische verbindingen moeten worden aangebracht ter overbrugging van spoorstaafkruisingen en wissels, voor zoover deze niet uit één stuk bestaan. Bestaan zij uit één stuk en zijn zij niet overbrugd, dan moeten zij door middel van laschverbindingen, als bedoeld in artikel 1, met de aansluitende spoorstaven worden verbonden.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001922
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl