BWBR0001929
Geldig vanaf 15-01-1932
Artikel 15
Besluit instelling Generale Commissie ex artikel 3 Zuiderzeesteunwet 1925
1. Een plaatselijke commissie bestaat uit vijf leden, die door Onzen Minister worden benoemd en ontslagen. Voor de benoeming van drie dezer leden wordt het advies ingewonnen van plaatselijke organisaties van personen, werkzaam in de Zuiderzeevisscherij of in op de Zuiderzeevisscherij gegronde bedrijven, welke organisaties door Onzen Minister tot dit doel worden aangewezen, de Generale Commissie gehoord. Deze drie personen moeten zijn ingezetenen van de gemeente, waarin de plaatselijke commissie gevestigd is of in het geval, bedoeld in het tweede lid van artikel 14, ingezetenen dier naburige gemeenten.
2. Uit de leden worden door Onzen Minister een Voorzitter en een Secretaris aangewezen.
3. De Secretaris geniet een door Onzen Minister, met medewerking van Onzen Minister van Financiën, vast te stellen vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.
4. De leden der plaatselijke commissiën hebben zitting gedurende 2 jaar.
5. De afgetreden leden zijn terstond weder benoembaar.
2. Uit de leden worden door Onzen Minister een Voorzitter en een Secretaris aangewezen.
3. De Secretaris geniet een door Onzen Minister, met medewerking van Onzen Minister van Financiën, vast te stellen vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.
4. De leden der plaatselijke commissiën hebben zitting gedurende 2 jaar.
5. De afgetreden leden zijn terstond weder benoembaar.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001929
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl