BWBR0001929
Geldig vanaf 10-12-1934
Artikel 8
Besluit instelling Generale Commissie ex artikel 3 Zuiderzeesteunwet 1925
1. Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid van dit artikel is de Generale Commissie, alsmede haar Voorzitter, bevoegd de voorbereiding van de uitvoering van aangelegenheden, waaromtrent zij van advies en bijstand heeft te dienen, op te dragen aan subcommissies uit haar midden, waarvan de leden door den Voorzitter worden aangewezen, tenzij de Generale Commissie de aanwijzing aan zich wenscht te houden.
2. Als Voorzitter van eene subcommissie treedt de Voorzitter der Generale Commissie op, dan wel de Ondervoorzitter.
3. De behandeling van bezwaarschriften wordt opgedragen aan een subcommissie, welker leden door de Generale Commissie worden aangewezen. De leden van de Generale Commissie, die geen lid zijn van deze subcommissie, zijn bevoegd hare vergaderingen bij te wonen; zij worden geacht alsdan lid der subcommissie te zijn.
4. De subcommissie voor de bezwaarschriften brengt zelfstandig en rechtstreeks advies uit aan Onzen Minister van Waterstaat omtrent de in hare handen gestelde bezwaarschriften, tenzij zij aanleiding mocht vinden om eenig advies door de Generale Commissie te doen vaststellen.
5. De subcommissie voor de bezwaarschriften stelt haar advies in eenige zaak niet vast dan nadat zij den betrokkene in de gelegenheid heeft gesteld om door haar te worden gehoord. Indien de betrokkene woont in een gemeente, waarin een plaatselijke commissie is ingesteld of welke gelegen is in het gebied, waarover een plaatselijke commissie zich mede uitstrekt, roept de subcommissie mede op den voorzitter van de betrokken plaatselijke commissie, tenzij zij daartoe geen voldoende aanleiding mocht vinden. De voorzitter van de plaatselijke commissie kan zich door een lid dier commissie doen vervangen.
2. Als Voorzitter van eene subcommissie treedt de Voorzitter der Generale Commissie op, dan wel de Ondervoorzitter.
3. De behandeling van bezwaarschriften wordt opgedragen aan een subcommissie, welker leden door de Generale Commissie worden aangewezen. De leden van de Generale Commissie, die geen lid zijn van deze subcommissie, zijn bevoegd hare vergaderingen bij te wonen; zij worden geacht alsdan lid der subcommissie te zijn.
4. De subcommissie voor de bezwaarschriften brengt zelfstandig en rechtstreeks advies uit aan Onzen Minister van Waterstaat omtrent de in hare handen gestelde bezwaarschriften, tenzij zij aanleiding mocht vinden om eenig advies door de Generale Commissie te doen vaststellen.
5. De subcommissie voor de bezwaarschriften stelt haar advies in eenige zaak niet vast dan nadat zij den betrokkene in de gelegenheid heeft gesteld om door haar te worden gehoord. Indien de betrokkene woont in een gemeente, waarin een plaatselijke commissie is ingesteld of welke gelegen is in het gebied, waarover een plaatselijke commissie zich mede uitstrekt, roept de subcommissie mede op den voorzitter van de betrokken plaatselijke commissie, tenzij zij daartoe geen voldoende aanleiding mocht vinden. De voorzitter van de plaatselijke commissie kan zich door een lid dier commissie doen vervangen.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001929
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl