BWBR0002244
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 1
Destructiewet
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. slachtdieren: eenhoevige dieren, runderen, schapen, geiten, varkens en pluimvee;
c. dierlijk afval: niet voor menselijke consumptie bestemde dode dieren, vis daaronder begrepen, of delen daarvan, en producten van dierlijke oorsprong, met uitzondering van dierlijke uitwerpselen, keukenafval en etensresten;
d. destructiemateriaal: laag-, hoog-, en gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2;
e. verwerking: 1°. het verwerken van laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten in een verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal,
2°. het onschadelijk maken van hoog-risico-materiaal door het te verwerken tot nuttige producten in een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal, dan wel,
3°. het onschadelijk maken van gespecificeerd hoog-risicomateriaal op andere wijze dan onder 1° en 2° in, door of onder verantwoordelijkheid van een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal;
1°. het verwerken van laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten in een verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal,
2°. het onschadelijk maken van hoog-risico-materiaal door het te verwerken tot nuttige producten in een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal, dan wel,
3°. het onschadelijk maken van gespecificeerd hoog-risicomateriaal op andere wijze dan onder 1° en 2° in, door of onder verantwoordelijkheid van een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal;
f. gezelschapsdieren: andere dieren dan slachtdieren, welke niet zijn bestemd of worden gehouden voor dierlijke of andere productie, en door de mens in of rond het huis worden gehouden en verzorgd;
g. diervoeder: voeder voor andere dieren dan gezelschapsdieren, met uitzondering van vismeel;
h. verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal: bedrijf waar laag-risico-materiaal wordt verwerkt tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten;
i. verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal: inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het onschadelijkmaken van hoog-risico-materiaal door dit te verwerken tot nuttige producten;
j. verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risicomateriaal: inrichting, geschikt voor de verwerking van gespecificeerd hoog-risico-materiaal;
k. ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke een vergunning, als bedoeld in artikel 5, is verleend ter zake van de verwerking van hoog- of specifiek hoog-risicomateriaal;
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. slachtdieren: eenhoevige dieren, runderen, schapen, geiten, varkens en pluimvee;
c. dierlijk afval: niet voor menselijke consumptie bestemde dode dieren, vis daaronder begrepen, of delen daarvan, en producten van dierlijke oorsprong, met uitzondering van dierlijke uitwerpselen, keukenafval en etensresten;
d. destructiemateriaal: laag-, hoog-, en gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2;
e. verwerking: 1°. het verwerken van laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten in een verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal,
2°. het onschadelijk maken van hoog-risico-materiaal door het te verwerken tot nuttige producten in een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal, dan wel,
3°. het onschadelijk maken van gespecificeerd hoog-risicomateriaal op andere wijze dan onder 1° en 2° in, door of onder verantwoordelijkheid van een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal;
1°. het verwerken van laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten in een verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal,
2°. het onschadelijk maken van hoog-risico-materiaal door het te verwerken tot nuttige producten in een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal, dan wel,
3°. het onschadelijk maken van gespecificeerd hoog-risicomateriaal op andere wijze dan onder 1° en 2° in, door of onder verantwoordelijkheid van een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal;
f. gezelschapsdieren: andere dieren dan slachtdieren, welke niet zijn bestemd of worden gehouden voor dierlijke of andere productie, en door de mens in of rond het huis worden gehouden en verzorgd;
g. diervoeder: voeder voor andere dieren dan gezelschapsdieren, met uitzondering van vismeel;
h. verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal: bedrijf waar laag-risico-materiaal wordt verwerkt tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten;
i. verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal: inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het onschadelijkmaken van hoog-risico-materiaal door dit te verwerken tot nuttige producten;
j. verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risicomateriaal: inrichting, geschikt voor de verwerking van gespecificeerd hoog-risico-materiaal;
k. ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke een vergunning, als bedoeld in artikel 5, is verleend ter zake van de verwerking van hoog- of specifiek hoog-risicomateriaal;