BWBR0002244
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 21
Destructiewet
1. De ondernemers kunnen aan de natuurlijke personen en rechtspersonen die
a. hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, aanbieden een vergoeding in rekening brengen ter zake van het ophalen;
b. gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, zevende, achtste of negende lid, aanbieden een vergoeding in rekening brengen ter zake van het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken van dat materiaal.
2. De totale opbrengst van de vergoedingen overschrijdt de werkelijke kosten van het ophalen, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderscheidenlijk het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet.
3. De werkelijke kosten worden berekend als volgt:
a. de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen van het hoog-risico-materiaal, bedoeld in het eerste lid, onder a, verminderd met de waarde daarvan voorafgaand aan verwerking en het bij regeling van Onze Minister vast te stellen percentage van de winst van de ondernemers op de verwerking van dit materiaal;
b. de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken van het gespecificeerd hoog-risico-materiaal, bedoeld in het eerste lid, onder b.
4. De tariefstelling en wijzigingen daarvan behoeven jaarlijks instemming van Onze Minister. Alvorens instemming wordt verleend, wordt het voornemen daartoe schriftelijk medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. Instemming wordt niet eerder verleend dan nadat vier weken zijn verstreken na die mededeling. De instemming wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
5. De ondernemer verschaft desgevraagd alle noodzakelijke informatie aan Onze Minister ten behoeve van de instemming, bedoeld in het vierde lid. Deze informatie gaat vergezeld van een verklaring omtrent de betrouwbaarheid van de informatie, opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
a. hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, aanbieden een vergoeding in rekening brengen ter zake van het ophalen;
b. gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, zevende, achtste of negende lid, aanbieden een vergoeding in rekening brengen ter zake van het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken van dat materiaal.
2. De totale opbrengst van de vergoedingen overschrijdt de werkelijke kosten van het ophalen, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderscheidenlijk het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet.
3. De werkelijke kosten worden berekend als volgt:
a. de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen van het hoog-risico-materiaal, bedoeld in het eerste lid, onder a, verminderd met de waarde daarvan voorafgaand aan verwerking en het bij regeling van Onze Minister vast te stellen percentage van de winst van de ondernemers op de verwerking van dit materiaal;
b. de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken van het gespecificeerd hoog-risico-materiaal, bedoeld in het eerste lid, onder b.
4. De tariefstelling en wijzigingen daarvan behoeven jaarlijks instemming van Onze Minister. Alvorens instemming wordt verleend, wordt het voornemen daartoe schriftelijk medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. Instemming wordt niet eerder verleend dan nadat vier weken zijn verstreken na die mededeling. De instemming wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
5. De ondernemer verschaft desgevraagd alle noodzakelijke informatie aan Onze Minister ten behoeve van de instemming, bedoeld in het vierde lid. Deze informatie gaat vergezeld van een verklaring omtrent de betrouwbaarheid van de informatie, opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.