BWBR0002246
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 45
Waterleidingwet
1. Ingeval de in artikel 43, eerste lid, bedoelde mededeling niet heeft plaatsgevonden, en het vonnis in het rechtsgeding kracht van gewijsde heeft verkregen, is de betrokkene aan wie van het niet doen van de mededeling in redelijkheid geen verwijt kan worden gemaakt, bevoegd de rechter te verzoeken te bepalen, dat dat vonnis zal gelden ten opzichte van degene, op wie de in artikel 26bedoelde rechten en verplichtingen ingevolge dat artikel zijn overgegaan.
2. Het verzoek kan worden gedaan binnen een maand nadat het vonnis in het betrokken rechtsgeding in kracht van gewijsde is gegaan. De griffier zendt aan betrokkenen een afschrift van het verzoekschrift.
3. De rechter bepaalt de datum, waarop een zitting zal worden gehouden waarop de in artikel 44, tweede lid, genoemde betrokkenen worden gehoord. Artikel 44, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De rechter doet bij beschikking uitspraak. Artikel 44, zesde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Het verzoek kan worden gedaan binnen een maand nadat het vonnis in het betrokken rechtsgeding in kracht van gewijsde is gegaan. De griffier zendt aan betrokkenen een afschrift van het verzoekschrift.
3. De rechter bepaalt de datum, waarop een zitting zal worden gehouden waarop de in artikel 44, tweede lid, genoemde betrokkenen worden gehoord. Artikel 44, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De rechter doet bij beschikking uitspraak. Artikel 44, zesde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.