BWBR0002246
Geldig vanaf 01-01-1987
Artikel 60
Waterleidingwet
1. Indien de in artikel 52, eerste lid, bedoelde organisatie in gebreke blijft een plan voor de middellange termijn op te stellen of binnen de in artikel 57, eerste lid, gestelde termijn te herzien, is Onze Minister bevoegd een zodanig plan op te stellen.
2. Onze Minister maakt van deze bevoegdheid eerst gebruik, nadat hij de organisatie in de gelegenheid heeft gesteld om binnen een door hem te bepalen termijn, welke ten minste een half jaar bedraagt, alsnog het plan op te stellen of te herzien.
3. Artikel 53, eerste, tweede en vierde lid, alsmede het derde lid, aanhef en onder a en b, en de artikelen 55-59 zijn ten aanzien van het door Onze Minister opgestelde plan van overeenkomstige toepassing.
2. Onze Minister maakt van deze bevoegdheid eerst gebruik, nadat hij de organisatie in de gelegenheid heeft gesteld om binnen een door hem te bepalen termijn, welke ten minste een half jaar bedraagt, alsnog het plan op te stellen of te herzien.
3. Artikel 53, eerste, tweede en vierde lid, alsmede het derde lid, aanhef en onder a en b, en de artikelen 55-59 zijn ten aanzien van het door Onze Minister opgestelde plan van overeenkomstige toepassing.
- Wet
- Waterleidingwet
- Citeren als
- Art. 60
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002246
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl