BWBR0002277
Geldig vanaf 1958-04-08
Artikel 3
Inkomsten-vergoedingsbesluit-militairen
1. Ten aanzien van de militair, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt als grondslag voor de berekening van het vergoedingsbedrag in aanmerking genomen het tegen het tijdstip van opkomst genoten bruto-loon. Tot het bruto-loon worden niet gerekend de kindertoelage of kinderbijslag en de geldelijke waarde van de vakantiebon.
2. Hebben de inkomsten van de militair vóór zijn opkomst regelmatig een enigszins wisselend karakter, dan wordt, bij het bepalen van de grondslag voor de berekening van het vergoedingsbedrag ten aanzien van het wisselend gedeelte der bruto-inkomsten het gemiddelde over de laatste 13 weken in aanmerking genomen.
3. Hebben de werkzaamheden van de militair een zodanig karakter, dat zijn inkomsten in een kalenderjaar sterk wisselen, dan worden als grondslag voor de berekening van het vergoedingsbedrag in aanmerking genomen de bruto-inkomsten, welke de militair vermoedelijk zou hebben genoten, ware hij niet in werkelijke dienst.
2. Hebben de inkomsten van de militair vóór zijn opkomst regelmatig een enigszins wisselend karakter, dan wordt, bij het bepalen van de grondslag voor de berekening van het vergoedingsbedrag ten aanzien van het wisselend gedeelte der bruto-inkomsten het gemiddelde over de laatste 13 weken in aanmerking genomen.
3. Hebben de werkzaamheden van de militair een zodanig karakter, dat zijn inkomsten in een kalenderjaar sterk wisselen, dan worden als grondslag voor de berekening van het vergoedingsbedrag in aanmerking genomen de bruto-inkomsten, welke de militair vermoedelijk zou hebben genoten, ware hij niet in werkelijke dienst.