BWBR0002277
Geldig vanaf 1958-04-08
Artikel 7
Inkomsten-vergoedingsbesluit-militairen
1. Bij het bepalen van de grondslag voor de berekening van het vergoedingsbedrag worden niet in aanmerking genomen, niet regelmatig voorkomende bijverdiensten en inkomsten, welke op ongeoorloofde wijze zijn verkregen.
2. Voor zover de in de artikelen 3, 4en 5omschreven grondslagen het bedrag, bedoeld in artikel 26, zesde lid, juncto artikel 27 van de Algemene Ouderdomswette boven gaan, blijft dit meerdere buiten aanmerking voor de berekening van het vergoedingsbedrag.
3. Bij de berekening van het vergoedingsbedrag wordt in mindering gebracht de toeslag, die aan de militair als ambtenaar in vaste of tijdelijke dienst dan wel op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst van een overheidslichaam of semi-overheidslichaam, op zijn militaire inkomsten is gewaarborgd.
4. De minister bepaalt in welke gevallen een door hem vastgesteld gedeelte van de militaire inkomsten in mindering wordt gebracht bij de berekening van het vergoedingsbedrag.
2. Voor zover de in de artikelen 3, 4en 5omschreven grondslagen het bedrag, bedoeld in artikel 26, zesde lid, juncto artikel 27 van de Algemene Ouderdomswette boven gaan, blijft dit meerdere buiten aanmerking voor de berekening van het vergoedingsbedrag.
3. Bij de berekening van het vergoedingsbedrag wordt in mindering gebracht de toeslag, die aan de militair als ambtenaar in vaste of tijdelijke dienst dan wel op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst van een overheidslichaam of semi-overheidslichaam, op zijn militaire inkomsten is gewaarborgd.
4. De minister bepaalt in welke gevallen een door hem vastgesteld gedeelte van de militaire inkomsten in mindering wordt gebracht bij de berekening van het vergoedingsbedrag.