BWBR0002343
Geldig vanaf 1964-01-01
Artikel 20
Quarantainewet
1. Het verbod van gemeenschap met de wal of met andere schepen brengt mede, dat, behoudens in de hierna te noemen gevallen, niemand zich aan boord van het schip mag begeven of het schip mag verlaten.
2. Het verbod om zich aan boord van het schip te begeven en het schip te verlaten, geldt niet voor de loods, voor de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, de burgemeester en de arts, bedoeld in artikel 14, de personen belast met de uitvoering van de ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling of deze wet dan wel krachtens deze wet te nemen maatregelen, de artsen, het verplegend personeel en de geestelijken, belast met het verlenen van geneeskundige hulp, verpleging of geestelijke bijstand, en de rijksambtenaren der belastingen tot uitoefening van hun functies, de ambtenaren van justitie en politie, wanneer hun ambtsverrichtingen dit vereisen, alsmede, mits met toestemming van de burgemeester, de personen die zijn belast met het overbrengen van goederen aan boord.
3. Het verbod om het schip te verlaten geldt niet voor degenen, die daarvoor toestemming hebben gekregen van de burgemeester. De burgemeester mag besluiten, dat hij slechts toestemming verleent, indien te zijnen genoege is aangetoond, dat de betrokkene zich zal doen inenten, zich onder toezicht zal stellen of zich zal laten afzonderen.
4. Het verbod van gemeenschap met de wal brengt mede, dat geen goederen gelost en geen andere goederen aan boord gebracht mogen worden dan die, welke ingevolge artikel 44 van de Internationale Gezondheidsregeling mogen worden ingenomen.
2. Het verbod om zich aan boord van het schip te begeven en het schip te verlaten, geldt niet voor de loods, voor de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, de burgemeester en de arts, bedoeld in artikel 14, de personen belast met de uitvoering van de ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling of deze wet dan wel krachtens deze wet te nemen maatregelen, de artsen, het verplegend personeel en de geestelijken, belast met het verlenen van geneeskundige hulp, verpleging of geestelijke bijstand, en de rijksambtenaren der belastingen tot uitoefening van hun functies, de ambtenaren van justitie en politie, wanneer hun ambtsverrichtingen dit vereisen, alsmede, mits met toestemming van de burgemeester, de personen die zijn belast met het overbrengen van goederen aan boord.
3. Het verbod om het schip te verlaten geldt niet voor degenen, die daarvoor toestemming hebben gekregen van de burgemeester. De burgemeester mag besluiten, dat hij slechts toestemming verleent, indien te zijnen genoege is aangetoond, dat de betrokkene zich zal doen inenten, zich onder toezicht zal stellen of zich zal laten afzonderen.
4. Het verbod van gemeenschap met de wal brengt mede, dat geen goederen gelost en geen andere goederen aan boord gebracht mogen worden dan die, welke ingevolge artikel 44 van de Internationale Gezondheidsregeling mogen worden ingenomen.