BWBR0002380
Geldig vanaf 2003-02-06
Artikel 5a
Bestrijdingsmiddelenwet 1962
1. Onze betrokken Minister kan bij regeling voorschriften geven omtrent:
a. het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het oogsten van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of bij het in het verkeer brengen van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of delen daarvan;
b. het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het in het verkeer brengen van voortbrengselen van met een bestrijdingsmiddel behandelde dieren of bij het slachten van zodanige dieren;
c. het gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of delen van planten;
d. het telen van gewassen op met een bestrijdingsmiddel behandelde grond;
e. het gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandeld water;
f. het betreden onderscheidenlijk gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandelde ruimten, oppervlakken en goederen, dan wel van ruimten waarin zich behandelde goederen bevinden of bevonden hebben;
g. het rekening houden met de voordelen van het gebruik van het biocide.
2. Ten aanzien van een bestrijdingsmiddel, waarop de in het vorige lid bedoelde regeling geen betrekking heeft, kunnen bij de toelating of registratie één of meer voorschriften van die regeling van toepassing worden verklaard. Dit wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
3. Degene die een bestrijdingsmiddel ten aanzien waarvan een voorschrift geldt, als bedoeld in de vorige leden, heeft gebruikt met betrekking tot in het eerste lid bedoelde zelfstandigheden waarvan een ander het genot heeft, is verplicht omtrent dat gebruik de ander, onder vermelding van de naam, de werkzame stof en het nummer van toelating of registratie van het bestrijdingsmiddel, zodanig op de hoogte te stellen als voor deze nodig is om vorenbedoeld voorschrift te kunnen naleven. Het in de vorige volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing op degene die het genot van zelfstandigheden als daar bedoeld aan een ander overdraagt.
4. Behoudens tegenbewijs wordt men geacht niet aan de in het derde lid bedoelde verplichting te hebben voldaan, voor zover dit niet blijkt uit een geschrift, ondertekend door degene aan wie de inlichtingen moesten worden verstrekt.
a. het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het oogsten van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of bij het in het verkeer brengen van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of delen daarvan;
b. het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het in het verkeer brengen van voortbrengselen van met een bestrijdingsmiddel behandelde dieren of bij het slachten van zodanige dieren;
c. het gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of delen van planten;
d. het telen van gewassen op met een bestrijdingsmiddel behandelde grond;
e. het gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandeld water;
f. het betreden onderscheidenlijk gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandelde ruimten, oppervlakken en goederen, dan wel van ruimten waarin zich behandelde goederen bevinden of bevonden hebben;
g. het rekening houden met de voordelen van het gebruik van het biocide.
2. Ten aanzien van een bestrijdingsmiddel, waarop de in het vorige lid bedoelde regeling geen betrekking heeft, kunnen bij de toelating of registratie één of meer voorschriften van die regeling van toepassing worden verklaard. Dit wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
3. Degene die een bestrijdingsmiddel ten aanzien waarvan een voorschrift geldt, als bedoeld in de vorige leden, heeft gebruikt met betrekking tot in het eerste lid bedoelde zelfstandigheden waarvan een ander het genot heeft, is verplicht omtrent dat gebruik de ander, onder vermelding van de naam, de werkzame stof en het nummer van toelating of registratie van het bestrijdingsmiddel, zodanig op de hoogte te stellen als voor deze nodig is om vorenbedoeld voorschrift te kunnen naleven. Het in de vorige volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing op degene die het genot van zelfstandigheden als daar bedoeld aan een ander overdraagt.
4. Behoudens tegenbewijs wordt men geacht niet aan de in het derde lid bedoelde verplichting te hebben voldaan, voor zover dit niet blijkt uit een geschrift, ondertekend door degene aan wie de inlichtingen moesten worden verstrekt.