BWBR0002386
Geldig vanaf 1964-12-01
Artikel 35
Wet gewetensbezwaren militaire dienst
1. Het beroep wordt zo spoedig mogelijk behandeld. De voorzitter van de in artikel 33, tweede lid, bedoelde kamer bepaalt de dag van behandeling.
2. De gestrafte wordt ten minste zes dagen voor de behandeling van het beroep door de griffier opgeroepen. Daarbij wordt de gestrafte opmerkzaam gemaakt op de bevoegdheid zich door een raadsman te doen bijstaan, alsmede op het recht op kennisneming van de processtukken. Indien de gestrafte niet verschijnt en de rechtbank de aanwezigheid van de gestrafte noodzakelijk acht, kan zij de behandeling van het beroep voor bepaalde tijd uitstellen en de oproeping van de gestrafte gelasten. Verschijnt deze ten dienende dage wederom niet, dan kan de rechtbank het beroep vervallen verklaren.
2. De gestrafte wordt ten minste zes dagen voor de behandeling van het beroep door de griffier opgeroepen. Daarbij wordt de gestrafte opmerkzaam gemaakt op de bevoegdheid zich door een raadsman te doen bijstaan, alsmede op het recht op kennisneming van de processtukken. Indien de gestrafte niet verschijnt en de rechtbank de aanwezigheid van de gestrafte noodzakelijk acht, kan zij de behandeling van het beroep voor bepaalde tijd uitstellen en de oproeping van de gestrafte gelasten. Verschijnt deze ten dienende dage wederom niet, dan kan de rechtbank het beroep vervallen verklaren.