BWBR0002504
Geldig vanaf 1967-03-01
Artikel 11
Mijnwet continentaal plat
1. Aan een winningsvergunning kunnen de voorschriften worden verbonden, dat de houder aan de Staat:
a. telkens op in de vergunning bepaalde tijdstippen een daarin vastgesteld bedrag, berekend naar de waarde der gewonnen delfstoffen, verschuldigd wordt;
b. telkens op in de vergunning bepaalde tijdstippen een daarin vastgesteld bedrag, berekend naar de met de winning behaalde winst, verschuldigd wordt.
2. Aan een winningsvergunning voor een delfstof kunnen voorts de voorschriften worden verbonden, dat de houder, indien hij met gebruikmaking van die vergunning of een opsporingsvergunning die delfstof in een economisch winbare hoeveelheid heeft aangetoond,:
a. de door Onze Minister verlangde medewerking zal verlenen aan de oprichting van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid voor de winning van die delfstof, waarin de houder en de Staat op een in de vergunning bepaalde wijze belang nemen, en aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen de houder en die vennootschap, krachtens welke de houder slechts voor rekening dier vennootschap zal winnen;
b. zo die delfstof zich bevindt in een voorkomen, dat naar het oordeel van Onze Minister de grens van het betrokken deel van het continentaal plat overschrijdt, de door Onze Minister verlangde medewerking zal verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen de houder en de voor een aangrenzend gebied tot winning van die delfstof gerechtigde, krachtens welke de winning in onderling overleg zal geschieden.
a. telkens op in de vergunning bepaalde tijdstippen een daarin vastgesteld bedrag, berekend naar de waarde der gewonnen delfstoffen, verschuldigd wordt;
b. telkens op in de vergunning bepaalde tijdstippen een daarin vastgesteld bedrag, berekend naar de met de winning behaalde winst, verschuldigd wordt.
2. Aan een winningsvergunning voor een delfstof kunnen voorts de voorschriften worden verbonden, dat de houder, indien hij met gebruikmaking van die vergunning of een opsporingsvergunning die delfstof in een economisch winbare hoeveelheid heeft aangetoond,:
a. de door Onze Minister verlangde medewerking zal verlenen aan de oprichting van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid voor de winning van die delfstof, waarin de houder en de Staat op een in de vergunning bepaalde wijze belang nemen, en aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen de houder en die vennootschap, krachtens welke de houder slechts voor rekening dier vennootschap zal winnen;
b. zo die delfstof zich bevindt in een voorkomen, dat naar het oordeel van Onze Minister de grens van het betrokken deel van het continentaal plat overschrijdt, de door Onze Minister verlangde medewerking zal verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst tussen de houder en de voor een aangrenzend gebied tot winning van die delfstof gerechtigde, krachtens welke de winning in onderling overleg zal geschieden.