BWBR0002534
Geldig vanaf 1966-10-01
Artikel 15
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966
1. Op eerste vordering van ambtenaren van de rijksbelastingdienst of van opsporingsambtenaren als zijn bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht het rijtuig te doen stilhouden. Degene die ingevolge het bepaalde in artikel 12in het bezit moet zijn van een bewijsstuk, is verplicht op eerste vordering van de ambtenaren dat bewijsstuk ter inzage te verstrekken.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een motorrijtuig of een daarmede verbonden rij- of voertuig aan een onderzoek te onderwerpen en het voertuig daartoe naar een nabij gelegen plaats te voeren of te doen voeren. De bestuurder, bij afwezigheid de houder, of degene die ingevolge het bepaalde in artikel 12in het bezit moet zijn van een bewijsstuk, is verplicht desgevorderd zijn tot het onderzoek en het vervoer noodzakelijke medewerking te verlenen en de ambtenaren met het motorrijtuig te vervoeren.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een motorrijtuig of een daarmede verbonden rij- of voertuig aan een onderzoek te onderwerpen en het voertuig daartoe naar een nabij gelegen plaats te voeren of te doen voeren. De bestuurder, bij afwezigheid de houder, of degene die ingevolge het bepaalde in artikel 12in het bezit moet zijn van een bewijsstuk, is verplicht desgevorderd zijn tot het onderzoek en het vervoer noodzakelijke medewerking te verlenen en de ambtenaren met het motorrijtuig te vervoeren.