BWBR0002534
Geldig vanaf 1966-10-01
Artikel 3
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966
1. De belasting wordt geheven voor elk motorrijtuig afzonderlijk.
2. Onze Minister kan, onder door hem te stellen voorwaarden, met betrekking tot motorrijtuigen die deel uitmaken van een zelfde fabrieks- of handelsvoorraad of bij een zelfde bedrijf in herstelling zijn en waarmede uitsluitend in verband daarmede de weg wordt gebruikt, toestaan dat de belasting niet voor elk motorrijtuig afzonderlijk wordt geheven.
2. Onze Minister kan, onder door hem te stellen voorwaarden, met betrekking tot motorrijtuigen die deel uitmaken van een zelfde fabrieks- of handelsvoorraad of bij een zelfde bedrijf in herstelling zijn en waarmede uitsluitend in verband daarmede de weg wordt gebruikt, toestaan dat de belasting niet voor elk motorrijtuig afzonderlijk wordt geheven.