BWBR0002564
Geldig vanaf 01-07-2002
Artikel 18
Mijnreglement continentaal plat
1. Tenminste twee weken voordat met een verkenningsonderzoek wordt aangevangen, moet aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen schriftelijk mededeling worden gedaan van de volgende gegevens:
a. het doel en de wijze van het verkenningsonderzoek;
b. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van vaartuigen zal worden verricht, de namen, nationaliteit en registratiekenmerken van die vaartuigen;
c. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van luchtvaartuigen zal worden verricht, de aard en de nationaliteits- en registratiekenmerken van die luchtvaartuigen, zomede de plaatsen, waar zij zullen worden gestationeerd en vanwaar de vluchten zullen worden ondernomen;
d. het gebied, waarin en de lijnen, waarlangs de waarnemingen zullen worden verricht;
e. de data, waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht;
f. naam, voornamen, beroep en woon- en verblijfplaats van de leider der werkzaamheden en, indien ontplofbare stoffen zullen worden gebruikt, van de verantwoordelijke schietmeester.
2. Gelijktijdig met de in het eerste lid bedoelde mededeling moet eveneens:
a. een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder a-e bedoelde gegevens worden gedaan aan de Chef van de Marinestaf, de Commandant der Zeemacht in Nederland en het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie;
b. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van luchtvaartuigen zal worden verricht, een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder a, c, d en e bedoelde gegevens worden gedaan aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Chef van de Luchtmachtstaf;
c. indien bij het verkenningsonderzoek ontplofbare stoffen in, op of boven het continentaal plat tot ontploffing zullen worden gebracht, een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder a-e bedoelde gegevens worden gedaan aan de houder van de concessie bedoeld in artikel 3 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (Stb. 1988, 520) en de Directeur-Generaal voor de Landinrichting, Grond- en Bosbeheer.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde mededelingen moeten vergezeld gaan van een kaart of schetstekening, waarop het in het eerste lid onder d bedoelde gebied, zomede de daar bedoelde lijnen zijn aangegeven.
4. Indien bij een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van vaartuigen een kabel van een grotere lengte dan 1½ zeemijl door het water zal worden gesleept, moet hiervan gelijktijdig met de in het eerste lid bedoelde mededeling opgave worden gedaan aan het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie.
5. Van wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde gegevens moet onverwijld schriftelijk mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
a. het doel en de wijze van het verkenningsonderzoek;
b. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van vaartuigen zal worden verricht, de namen, nationaliteit en registratiekenmerken van die vaartuigen;
c. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van luchtvaartuigen zal worden verricht, de aard en de nationaliteits- en registratiekenmerken van die luchtvaartuigen, zomede de plaatsen, waar zij zullen worden gestationeerd en vanwaar de vluchten zullen worden ondernomen;
d. het gebied, waarin en de lijnen, waarlangs de waarnemingen zullen worden verricht;
e. de data, waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht;
f. naam, voornamen, beroep en woon- en verblijfplaats van de leider der werkzaamheden en, indien ontplofbare stoffen zullen worden gebruikt, van de verantwoordelijke schietmeester.
2. Gelijktijdig met de in het eerste lid bedoelde mededeling moet eveneens:
a. een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder a-e bedoelde gegevens worden gedaan aan de Chef van de Marinestaf, de Commandant der Zeemacht in Nederland en het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie;
b. indien het verkenningsonderzoek met gebruikmaking van luchtvaartuigen zal worden verricht, een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder a, c, d en e bedoelde gegevens worden gedaan aan de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Chef van de Luchtmachtstaf;
c. indien bij het verkenningsonderzoek ontplofbare stoffen in, op of boven het continentaal plat tot ontploffing zullen worden gebracht, een schriftelijke mededeling van de in dat lid onder a-e bedoelde gegevens worden gedaan aan de houder van de concessie bedoeld in artikel 3 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (Stb. 1988, 520) en de Directeur-Generaal voor de Landinrichting, Grond- en Bosbeheer.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde mededelingen moeten vergezeld gaan van een kaart of schetstekening, waarop het in het eerste lid onder d bedoelde gebied, zomede de daar bedoelde lijnen zijn aangegeven.
4. Indien bij een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van vaartuigen een kabel van een grotere lengte dan 1½ zeemijl door het water zal worden gesleept, moet hiervan gelijktijdig met de in het eerste lid bedoelde mededeling opgave worden gedaan aan het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie.
5. Van wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde gegevens moet onverwijld schriftelijk mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl