BWBR0002564
Geldig vanaf 25-03-1967
Artikel 25
Mijnreglement continentaal plat
1. Bij een verkenningsonderzoek moeten:
a. de daarbij betrokken vaartuigen zijn uitgerust met een doelmatige apparatuur voor plaatsbepaling, zomede voor het opsporen van visscholen;
b. de daarbij betrokken luchtvaartuigen zijn uitgerust met een doelmatige apparatuur voor plaatsbepaling, zomede, indien bij het onderzoek ontplofbare stoffen worden gebruikt en Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw en Visserij, zulks verlangt, voor het opsporen van visscholen.
2. Tijdens de werkzaamheden moeten, met gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde apparatuur, door terzake deskundige personen regelmatig met voldoende nauwkeurigheid de nodige waarnemingen worden verricht.
a. de daarbij betrokken vaartuigen zijn uitgerust met een doelmatige apparatuur voor plaatsbepaling, zomede voor het opsporen van visscholen;
b. de daarbij betrokken luchtvaartuigen zijn uitgerust met een doelmatige apparatuur voor plaatsbepaling, zomede, indien bij het onderzoek ontplofbare stoffen worden gebruikt en Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw en Visserij, zulks verlangt, voor het opsporen van visscholen.
2. Tijdens de werkzaamheden moeten, met gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde apparatuur, door terzake deskundige personen regelmatig met voldoende nauwkeurigheid de nodige waarnemingen worden verricht.
- Citeren als
- Art. 25
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl