BWBR0002564
Geldig vanaf 01-05-1983
Artikel 69
Mijnreglement continentaal plat
1. Van het voornemen om een mijnbouwinstallatie te verwijderen moet tenminste 24 uur voordat met de desbetreffende werkzaamheden wordt aangevangen mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen en het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie, onder opgave van de ligging van de plaats, waar de mijnbouwinstallatie is geplaatst, uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening, alsmede van het tijdstip, waarop met de desbetreffende werkzaamheden zal worden aangevangen.
2. Van het voornemen om een door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aangewezen, niet als een geheel verplaatsbare, mijnbouwinstallatie te verwijderen moet bovendien tenminste een bij de aanwijzing te bepalen aantal dagen voordat met de desbetreffende werkzaamheden wordt aangevangen mededeling worden gedaan aan de Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, onder opgave van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3. Indien een mijnbouwinstallatie is verwijderd, moet daarvan onverwijld schriftelijk mededeling worden gedaan aan Onze Minister, het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie, de Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken en de Inspecteur-Generaal der Mijnen, onder opgave van de ligging van de plaats, waar de mijnbouwinstallatie was geplaatst, uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
2. Van het voornemen om een door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aangewezen, niet als een geheel verplaatsbare, mijnbouwinstallatie te verwijderen moet bovendien tenminste een bij de aanwijzing te bepalen aantal dagen voordat met de desbetreffende werkzaamheden wordt aangevangen mededeling worden gedaan aan de Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, onder opgave van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3. Indien een mijnbouwinstallatie is verwijderd, moet daarvan onverwijld schriftelijk mededeling worden gedaan aan Onze Minister, het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie, de Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken en de Inspecteur-Generaal der Mijnen, onder opgave van de ligging van de plaats, waar de mijnbouwinstallatie was geplaatst, uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
- Citeren als
- Art. 69
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl