BWBR0002564
Geldig vanaf 01-05-1983
Artikel 70
Mijnreglement continentaal plat
1. Het is verboden een boorgat te verlaten voordat:
a. voldoende maatregelen zijn genomen ter voorkoming van het optreden van gevaar voor de veiligheid van de scheepvaart en van de visserij, zomede ter voorkoming van verontreiniging van de zee;
b. de delfstofhoudende lagen en de delfstofafzettingen, voor zover daaraan door water schade kan worden toegebracht, waterdicht zijn afgesloten.
2. Het verlaten van een boorgat dient te geschieden overeenkomstig een aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen toegezonden doelmatig schriftelijk werkprogramma.
3. Het werkprogramma moet zo tijdig mogelijk, doch in ieder geval niet later dan 24 uur vóór de aanvang van de betrokken werkzaamheden, in het bezit zijn van de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
4. De artikelen 28, derde lid, 29, 30 en 59, eerste lid, tweede en derde volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Zodra een boorgat is verlaten moet daarvan onverwijld mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
6. Nadat een boorgat is verlaten moeten op een door Onze Minister goedgekeurde plaats, gedurende een door hem aangegeven tijd, worden bewaard een doelmatig register, dat voldoende gegevens betreffende het boorgat bevat, en het in artikel 64, eerste lid, bedoelde boorprofiel.
a. voldoende maatregelen zijn genomen ter voorkoming van het optreden van gevaar voor de veiligheid van de scheepvaart en van de visserij, zomede ter voorkoming van verontreiniging van de zee;
b. de delfstofhoudende lagen en de delfstofafzettingen, voor zover daaraan door water schade kan worden toegebracht, waterdicht zijn afgesloten.
2. Het verlaten van een boorgat dient te geschieden overeenkomstig een aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen toegezonden doelmatig schriftelijk werkprogramma.
3. Het werkprogramma moet zo tijdig mogelijk, doch in ieder geval niet later dan 24 uur vóór de aanvang van de betrokken werkzaamheden, in het bezit zijn van de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
4. De artikelen 28, derde lid, 29, 30 en 59, eerste lid, tweede en derde volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Zodra een boorgat is verlaten moet daarvan onverwijld mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
6. Nadat een boorgat is verlaten moeten op een door Onze Minister goedgekeurde plaats, gedurende een door hem aangegeven tijd, worden bewaard een doelmatig register, dat voldoende gegevens betreffende het boorgat bevat, en het in artikel 64, eerste lid, bedoelde boorprofiel.
- Citeren als
- Art. 70
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl