BWBR0002564
Geldig vanaf 22-09-1995
Artikel 92
Mijnreglement continentaal plat
1. Op een mijnbouwinstallatie moeten elektrische installaties en onderdelen daarvan zodanig worden ingericht en aangelegd en elektrische machines, transformatoren, schakel- en verdeelinrichtingen, zomede elektrische toestellen en elektrische leidingen en bijbehoren van deze leidingen zodanig worden geconstrueerd, samengesteld, beveiligd en beschermd, dat zoveel mogelijk wordt voorkomen, dat bij gebruik of bediening, alsmede bij herstellings-, onderhouds-, meet- of controlewerkzaamheden gevaar, met inbegrip van gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van arbeiders, optreedt.
2. Bij het op een mijnbouwinstallatie aanleggen, uitbreiden, wijzigen, herstellen, onderhouden, onderzoeken, meten en controleren van elektrische installaties of onderdelen daarvan moeten de nodige voorzieningen worden getroffen om zoveel mogelijk te voorkomen, dat gevaar voor het ontstaan van brand of ontploffing of voor verwonding van personen optreedt, of dat een gevaarlijke stroomovergang op personen plaats heeft.
3. Wanneer op een mijnbouwinstallatie de apparatuur zich bevindt in een zone waar brand- of explosiegevaar als gevolg van de ontbranding van gassen, dampen of vluchtige vloeistoffen bestaat of kan bestaan, moet zij zijn aangepast aan het gebruik in een dergelijke zone. Indien nodig moet zij worden voorzien van afdoende beschermingsmiddelen en systemen ter beveiliging bij defecten.
4. De elektrotechnische apparatuur en installaties op een mijnbouwinstallatie moeten voldoende kracht en vermogen hebben voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd.
5. Er moet een doelmatig plan worden opgesteld voor het systematisch inspecteren, het onderhouden en, in voorkomend geval, het beproeven van de apparatuur en installaties. Onderhoud, inspectie en beproeving van enig onderdeel van de apparatuur en installaties moet door een daartoe aangewezen deskundig persoon worden uitgevoerd. Er moeten doelmatige inspectie- en beproevingsrapporten worden opgesteld en naar behoren worden bijgehouden.
6. Onze Minister kan ter bevordering van een goede uitvoering van de voorgaande leden nadere regelen stellen.
2. Bij het op een mijnbouwinstallatie aanleggen, uitbreiden, wijzigen, herstellen, onderhouden, onderzoeken, meten en controleren van elektrische installaties of onderdelen daarvan moeten de nodige voorzieningen worden getroffen om zoveel mogelijk te voorkomen, dat gevaar voor het ontstaan van brand of ontploffing of voor verwonding van personen optreedt, of dat een gevaarlijke stroomovergang op personen plaats heeft.
3. Wanneer op een mijnbouwinstallatie de apparatuur zich bevindt in een zone waar brand- of explosiegevaar als gevolg van de ontbranding van gassen, dampen of vluchtige vloeistoffen bestaat of kan bestaan, moet zij zijn aangepast aan het gebruik in een dergelijke zone. Indien nodig moet zij worden voorzien van afdoende beschermingsmiddelen en systemen ter beveiliging bij defecten.
4. De elektrotechnische apparatuur en installaties op een mijnbouwinstallatie moeten voldoende kracht en vermogen hebben voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd.
5. Er moet een doelmatig plan worden opgesteld voor het systematisch inspecteren, het onderhouden en, in voorkomend geval, het beproeven van de apparatuur en installaties. Onderhoud, inspectie en beproeving van enig onderdeel van de apparatuur en installaties moet door een daartoe aangewezen deskundig persoon worden uitgevoerd. Er moeten doelmatige inspectie- en beproevingsrapporten worden opgesteld en naar behoren worden bijgehouden.
6. Onze Minister kan ter bevordering van een goede uitvoering van de voorgaande leden nadere regelen stellen.
- Citeren als
- Art. 92
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl