BWBR0002656
Geldig vanaf 2025-12-25
Artikel 146
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Artikel 146 1 Echtgenoten of aanstaande echtgenoten mogen bij huwelijkse voorwaarden aan elkander, of een van beiden aan de andere, giften doen. 2 Deze giften kunnen tot onderwerp hebben tegenwoordige en bij de akte nauwkeurig omschreven goederen, of de gehele of gedeeltelijke nalatenschap; onder een gift van de gedeeltelijke nalatenschap is begrepen de gift van een of meer bepaalde goederen uit de nalatenschap. 3 Deze giften kunnen slechts worden herroepen, wanneer de begiftigde in gebreke is de hem bij de gift opgelegde verplichtingen na te komen. 4 Deze giften zijn van waarde zonder uitdrukkelijke aanneming door degene aan wie zij gemaakt zijn. 5 Zij kunnen plaatshebben onder voorwaarden welker uitvoering van de wil van de schenker afhangt. 6 De giften van tegenwoordige en bepaaldelijk omschreven goederen zijn niet onderworpen aan de voorwaarde van overleving van de begiftigde, tenzij die voorwaarde uitdrukkelijk mocht zijn gemaakt. 1969 257 28-05-1969 3767 1969 259 04-06-1969 01-01-1970