BWBR0002682
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 25
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
1. De verontreinigingsheffing rijkswateren wordt door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geheven.
2. De verontreinigingsheffing rijkswateren wordt geheven over het kalenderjaar.
3. Onverminderd het overigens in dit hoofdstuk bepaalde, wordt de verontreinigingsheffing rijkswateren geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet, met dien verstande dat van die wetbuiten toepassing blijven de artikelen 2, vierde lid, 37 tot en met 39, 47a, 48, 52, 53, 54, 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86en 87.
4. Voor de toepassing van de Algemene weten artikel 19, eerste lid en 25a, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken treedt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats van Onze Minister van Financiën.
5. Voor de toepassing van de Algemene wettreden in de plaats:
a. voor het bestuur van 's Rijksbelastingen en de inspecteur: het hoofd;
b. voor de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de ambtenaren van het Bureau verontreinigingsheffing rijkswateren, de ambtenaren van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling en de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van de regionale en specialistische directies van de Rijkswaterstaat.
Een aanwijzing als vorenbedoeld wordt bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant.
6. Een ambtenaar als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, is voor zover dit voor de heffing van de verontreinigingsheffing rijkswateren redelijkerwijs nodig is, bevoegd:
a. elke plaats met medeneming van de benodigde apparatuur, zo nodig met behulp van de sterke arm, met uitzondering van een woonruimte zonder toestemming van de gebruiker of de gebruikers, te betreden;
b. monsters te nemen ter zake van lozingen op rijkswater.
7. De verontreinigingsheffing rijkswateren wordt geheven bij wege van aanslag.
8. Indien een bedrijfs- of woonruimte of een zuiveringtechnisch werk bij meer dan één persoon in gebruik onderscheidenlijk in beheer is, kan het hoofd een belastingaanslag inzake de verontreinigingsheffing rijkswateren ter zake van die ruimte of van dat zuiveringtechnisch werk ten name van één van die personen stellen.
9. Het hoofd is bevoegd voor eenzelfde in artikel 23, vierde lid, bedoelde heffingplichtige, bestemde belastingaanslagen van dezelfde soort op één aanslagbiljet te verenigen.
10. Artikel 55 van de Algemene wetis met betrekking tot de omvang van de geleverde hoeveelheid drinkwater van overeenkomstige toepassing op waterleidingbedrijven.
11. Het hoofd neemt ten aanzien van de verontreinigingsheffing rijkswateren het besluit, bedoeld in artikel 20, vierde lid.
2. De verontreinigingsheffing rijkswateren wordt geheven over het kalenderjaar.
3. Onverminderd het overigens in dit hoofdstuk bepaalde, wordt de verontreinigingsheffing rijkswateren geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet, met dien verstande dat van die wetbuiten toepassing blijven de artikelen 2, vierde lid, 37 tot en met 39, 47a, 48, 52, 53, 54, 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86en 87.
4. Voor de toepassing van de Algemene weten artikel 19, eerste lid en 25a, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken treedt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats van Onze Minister van Financiën.
5. Voor de toepassing van de Algemene wettreden in de plaats:
a. voor het bestuur van 's Rijksbelastingen en de inspecteur: het hoofd;
b. voor de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de ambtenaren van het Bureau verontreinigingsheffing rijkswateren, de ambtenaren van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling en de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van de regionale en specialistische directies van de Rijkswaterstaat.
Een aanwijzing als vorenbedoeld wordt bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant.
6. Een ambtenaar als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, is voor zover dit voor de heffing van de verontreinigingsheffing rijkswateren redelijkerwijs nodig is, bevoegd:
a. elke plaats met medeneming van de benodigde apparatuur, zo nodig met behulp van de sterke arm, met uitzondering van een woonruimte zonder toestemming van de gebruiker of de gebruikers, te betreden;
b. monsters te nemen ter zake van lozingen op rijkswater.
7. De verontreinigingsheffing rijkswateren wordt geheven bij wege van aanslag.
8. Indien een bedrijfs- of woonruimte of een zuiveringtechnisch werk bij meer dan één persoon in gebruik onderscheidenlijk in beheer is, kan het hoofd een belastingaanslag inzake de verontreinigingsheffing rijkswateren ter zake van die ruimte of van dat zuiveringtechnisch werk ten name van één van die personen stellen.
9. Het hoofd is bevoegd voor eenzelfde in artikel 23, vierde lid, bedoelde heffingplichtige, bestemde belastingaanslagen van dezelfde soort op één aanslagbiljet te verenigen.
10. Artikel 55 van de Algemene wetis met betrekking tot de omvang van de geleverde hoeveelheid drinkwater van overeenkomstige toepassing op waterleidingbedrijven.
11. Het hoofd neemt ten aanzien van de verontreinigingsheffing rijkswateren het besluit, bedoeld in artikel 20, vierde lid.