BWBR0002759
Geldig vanaf 1971-07-30
Artikel 38
Noodwet Arbeidsvoorziening
1. Op een ingekomen bezwaarschrift, gericht tegen een beschikking van het Hoofd Arbeidsvoorziening, neemt deze, zo hij terstond de aangevoerde bezwaren gegrond acht, zo spoedig mogelijk een beslissing.
2. Indien het Hoofd Arbeidsvoorziening niet terstond de aangevoerde bezwaren gegrond acht, brengt hij het bezwaarschrift onverwijld ter kennis van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde commissie. Deze brengt zo spoedig mogelijk advies uit.
3. Indien het Hoofd Arbeidsvoorziening zich met het door de commissie uitgebrachte advies kan verenigen, neemt hij zo spoedig mogelijk dienovereenkomstig een beslissing.
4. Indien het Hoofd Arbeidsvoorziening zich met het door de commissie uitgebrachte advies niet kan verenigen, doet hij het bezwaarschrift, tezamen met dat advies en zijn oordeel ter zake, onverwijld aan Onze Minister toekomen. Onze Minister neemt zo spoedig mogelijk een beslissing.
2. Indien het Hoofd Arbeidsvoorziening niet terstond de aangevoerde bezwaren gegrond acht, brengt hij het bezwaarschrift onverwijld ter kennis van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde commissie. Deze brengt zo spoedig mogelijk advies uit.
3. Indien het Hoofd Arbeidsvoorziening zich met het door de commissie uitgebrachte advies kan verenigen, neemt hij zo spoedig mogelijk dienovereenkomstig een beslissing.
4. Indien het Hoofd Arbeidsvoorziening zich met het door de commissie uitgebrachte advies niet kan verenigen, doet hij het bezwaarschrift, tezamen met dat advies en zijn oordeel ter zake, onverwijld aan Onze Minister toekomen. Onze Minister neemt zo spoedig mogelijk een beslissing.