BWBR0002759
Geldig vanaf 1971-07-30
Artikel 5
Noodwet Arbeidsvoorziening
1. Het Hoofd Arbeidsvoorziening oefent de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden uit met inachtneming van de door Onze Minister in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers gestelde regelen.
2. De door Onze Minister als Hoofd Arbeidsvoorziening aangewezen functionarissen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zijn in die hoedanigheid ondergeschikt aan Onze Minister. De de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verleent aan Onze Minister de medewerking die hij in deze verhouding behoeft. Bij regelen als bedoeld in het eerste lid en instructies als bedoeld in artikel 10:22, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtkan van het bepaalde bij of krachtens de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenworden afgeweken, voor zover zulks in het belang van een goede uitvoering van deze wet nodig is.
3. Regelen, gesteld krachtens het eerste lid, worden in de Staatscourantbekend gemaakt.
2. De door Onze Minister als Hoofd Arbeidsvoorziening aangewezen functionarissen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zijn in die hoedanigheid ondergeschikt aan Onze Minister. De de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verleent aan Onze Minister de medewerking die hij in deze verhouding behoeft. Bij regelen als bedoeld in het eerste lid en instructies als bedoeld in artikel 10:22, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtkan van het bepaalde bij of krachtens de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenworden afgeweken, voor zover zulks in het belang van een goede uitvoering van deze wet nodig is.
3. Regelen, gesteld krachtens het eerste lid, worden in de Staatscourantbekend gemaakt.