BWBR0002761
Geldig vanaf 1971-10-01
Artikel 123
Burgerlijk Wetboek Boek 4
1. De rechter kan op verzoek van de legataris of van hem die met het legaat belast is, de verbintenissen uit een legaat wijzigen of geheel of gedeeltelijk opheffen op grond van na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de andere partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van die verbintenissen niet mag verwachten.
2. Bij een wijziging of opheffing neemt de rechter zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht.
3. De artikelen 258 leden 1, tweede zin, 2 en 3 van Boek 6en 260 leden 1 en 2 van Boek 6zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Bij een wijziging of opheffing neemt de rechter zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht.
3. De artikelen 258 leden 1, tweede zin, 2 en 3 van Boek 6en 260 leden 1 en 2 van Boek 6zijn van overeenkomstige toepassing.