BWBR0002962
Geldig vanaf 01-07-1986
Artikel 4
Verordening op het examengeld
1. Het examenbureau bepaalt, telkens als het de inschrijving van een examen of tentamen, respectievelijk gedeelte daarvan, openstelt, op welke wijze en vóór welke datum de aanmelding moet geschieden en het examengeld moet worden voldaan.
2. Een kandidaat die niet door het examenbureau ingevolge het eerste lid gegeven aanwijzingen opvolgt, wordt niet tot het examen of tentamen, respectievelijk gedeelte daarvan, toegelaten. Door zodanige kandidaat betaalde examengeld wordt hem gerestitueerd.
3. In andere gevallen is het examenbureau slechts tot restitutie van examengeld verplicht, indien het uiterlijk veertien dagen vóór de eerste der voor het desbetreffende vak vastgestelde examen- of tentamendata bericht ontvangt, dat de kandidaat niet aan het examen of tentamen, respectievelijk gedeelte daarvan, zal deelnemen.
2. Een kandidaat die niet door het examenbureau ingevolge het eerste lid gegeven aanwijzingen opvolgt, wordt niet tot het examen of tentamen, respectievelijk gedeelte daarvan, toegelaten. Door zodanige kandidaat betaalde examengeld wordt hem gerestitueerd.
3. In andere gevallen is het examenbureau slechts tot restitutie van examengeld verplicht, indien het uiterlijk veertien dagen vóór de eerste der voor het desbetreffende vak vastgestelde examen- of tentamendata bericht ontvangt, dat de kandidaat niet aan het examen of tentamen, respectievelijk gedeelte daarvan, zal deelnemen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002962
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl