BWBR0003221
Geldig vanaf 1999-11-30
Artikel 25b
Huurprijzenwet woonruimte
1. De bevoegdheid, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, komt de voorzitter mede toe ten aanzien van een verzoek, waarvan hij vaststelt, dat de bezwaren die bestaan tegen het voorstel tot wijziging van de huurprijs dat aan het verzoek ten grondslag ligt, gelijkluidend dan wel nagenoeg gelijkluidend zijn aan de bezwaren, die ten aanzien van dezelfde woonruimte bij de behandeling van een verzoek als bedoeld in artikel 17, eerste lid, dan wel een verzoek als bedoeld in artikel 20, eerste of vierde lid, of 23aan de huurcommissie zijn kenbaar gemaakt in de laatste drie jaren voorafgaande aan de datum van indiening van het verzoek en op die bezwaren onherroepelijk afwijzend is beslist. De toepassing van de eerste volzin geschiedt met inachtneming van de gevolgen die in artikel 26aworden verbonden aan het niet betalen van het voorschot op de in dat artikel bedoelde vergoeding.
2. Artikel 25a, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Artikel 25a, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.