BWBR0003418
Geldig vanaf 1981-07-25
Artikel 11
Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981
1. Hij, aan wie een vergunning is verleend voor het vervoeren van splijtstoffen of radioactieve stoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer, is, indien daaraan het voorschrift is verbonden, dat het vervoer of het voorhanden hebben dient te geschieden onder rijksgeleide of onder rijkstoezicht, verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 38 voor elk gewerkt uur of gedeelte van een uur gedurende hetwelk begeleiding heeft plaatsgevonden of toezicht is gehouden.
2. Onverminderd het eerste lid is de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft verplicht aan de staat te betalen:
a. indien het vervoer plaatsheeft tussen 18.00 uur en 6.00 uur of op een zaterdag, een zondag dan wel een algemeen erkende feestdag als genoemd in artikel 3 van de Algemene termijnenwet, of een bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dag, een bedrag van € 22 voor elk gewerkt uur of gedeelte van een uur gedurende hetwelk begeleiding heeft plaatsgevonden of toezicht is gehouden;
b. indien het in verband met begeleiding of toezicht noodzakelijk is dat degene die begeleidt of toezicht houdt voor, tijdens of na zijn dienst buiten zijn standplaats nachtverblijf in een hotel moet houden, voor elk nachtverblijf een bedrag van € 54;
c. indien het vervoer later aanvangt dan het door of in overleg met de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, vastgestelde tijdstip, een bedrag van € 22 voor elk uur of gedeelte van een uur van de daaruit voortvloeiende wachttijd van degene die begeleidt of toezicht houdt.
3. Het tweede lid, onder a, is niet van toepassing op het vervoer per spoor tussen 18.00 uur en 6.00 uur op andere dan de in het tweede lid, onder a, genoemde dagen.
4. Onverminderd het tweede lid is de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, indien in een door of in overleg met de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, vastgesteld tijdstip van aanvang van een transport op een zodanig tijdstip wijziging wordt gebracht dat degene die begeleidt of toezicht houdt zich reeds heeft begeven of reizende is naar de plaats waar het transport zou aanvangen, verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 22 voor elk uur of gedeelte van een uur van de daaruit voortvloeiende reistijd van degene die begeleidt of toezicht houdt.
2. Onverminderd het eerste lid is de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft verplicht aan de staat te betalen:
a. indien het vervoer plaatsheeft tussen 18.00 uur en 6.00 uur of op een zaterdag, een zondag dan wel een algemeen erkende feestdag als genoemd in artikel 3 van de Algemene termijnenwet, of een bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dag, een bedrag van € 22 voor elk gewerkt uur of gedeelte van een uur gedurende hetwelk begeleiding heeft plaatsgevonden of toezicht is gehouden;
b. indien het in verband met begeleiding of toezicht noodzakelijk is dat degene die begeleidt of toezicht houdt voor, tijdens of na zijn dienst buiten zijn standplaats nachtverblijf in een hotel moet houden, voor elk nachtverblijf een bedrag van € 54;
c. indien het vervoer later aanvangt dan het door of in overleg met de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, vastgestelde tijdstip, een bedrag van € 22 voor elk uur of gedeelte van een uur van de daaruit voortvloeiende wachttijd van degene die begeleidt of toezicht houdt.
3. Het tweede lid, onder a, is niet van toepassing op het vervoer per spoor tussen 18.00 uur en 6.00 uur op andere dan de in het tweede lid, onder a, genoemde dagen.
4. Onverminderd het tweede lid is de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, indien in een door of in overleg met de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, vastgesteld tijdstip van aanvang van een transport op een zodanig tijdstip wijziging wordt gebracht dat degene die begeleidt of toezicht houdt zich reeds heeft begeven of reizende is naar de plaats waar het transport zou aanvangen, verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 22 voor elk uur of gedeelte van een uur van de daaruit voortvloeiende reistijd van degene die begeleidt of toezicht houdt.