BWBR0003443
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 21
Binnenschepenwet
1. Onze Minister wijst artsen aan die onderzoeken of door de aanvrager van een vaarbewijs wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef, onder a.Zij geven een verklaring af indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden. Indien uit het onderzoek blijkt, dat het om een beperkte geschiktheid gaat, kunnen aan het vaarbewijs voorschriften worden verbonden, die op het vaarbewijs worden opgenomen.
2. Wordt de afgifte van een verklaring geweigerd, dan wordt op verzoek van de aanvrager door een door Onze Minister aangewezen deskundige, niet zijnde de arts die het onderzoek heeft verricht, nogmaals onderzocht of aan de aanvrager een verklaring, als bedoeld in het vorige lid, kan worden afgegeven. Indien uit het onderzoek blijkt, dat het om een beperkte geschiktheid gaat, kunnen aan het vaarbewijs voorschriften worden verbonden, die op het vaarbewijs worden opgenomen.
3. Bij de weigering wordt de aanvrager opmerkzaam gemaakt op het bepaalde in het vorige lid, indien hij nog niet door een deskundige is onderzocht.
2. Wordt de afgifte van een verklaring geweigerd, dan wordt op verzoek van de aanvrager door een door Onze Minister aangewezen deskundige, niet zijnde de arts die het onderzoek heeft verricht, nogmaals onderzocht of aan de aanvrager een verklaring, als bedoeld in het vorige lid, kan worden afgegeven. Indien uit het onderzoek blijkt, dat het om een beperkte geschiktheid gaat, kunnen aan het vaarbewijs voorschriften worden verbonden, die op het vaarbewijs worden opgenomen.
3. Bij de weigering wordt de aanvrager opmerkzaam gemaakt op het bepaalde in het vorige lid, indien hij nog niet door een deskundige is onderzocht.