BWBR0003443
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 23
Binnenschepenwet
1. Het onderzoek, bedoeld in artikel 21, blijft achterwege:
a. indien de aanvrager het klein vaarbewijs wenst te verkrijgen;
b. indien de aanvrager reeds een vaarbewijs bezit en hij tevens de 50-jarige leeftijd nog niet heeft bereikt;
c. indien de aanvrager niet langer dan drie maanden tevoren een overeenkomstig onderzoek met gunstig gevolg heeft ondergaan.
2. In de in het eerste lid bedoelde gevallen wordt volstaan met een eigen verklaring van de aanvrager, waaruit blijkt dat hij lichamelijk, in het bijzonder voor wat betreft zijn gezichts- en gehoororganen, en geestelijk geschikt is voor het beoefenen van de vaart op de binnenwateren.
3. Het onderzoek, bedoeld in artikel 22, kan geheel of gedeeltelijk achterwege blijven indien de aanvrager in het bezit is van:
a. een geldig vaarbewijs;
b. een vaarbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;
c. een ander bewijs van vaarbekwaamheid voor de binnenvaart, dat door Onze Minister is erkend.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met betrekking tot het bepaalde in de vorige leden.
a. indien de aanvrager het klein vaarbewijs wenst te verkrijgen;
b. indien de aanvrager reeds een vaarbewijs bezit en hij tevens de 50-jarige leeftijd nog niet heeft bereikt;
c. indien de aanvrager niet langer dan drie maanden tevoren een overeenkomstig onderzoek met gunstig gevolg heeft ondergaan.
2. In de in het eerste lid bedoelde gevallen wordt volstaan met een eigen verklaring van de aanvrager, waaruit blijkt dat hij lichamelijk, in het bijzonder voor wat betreft zijn gezichts- en gehoororganen, en geestelijk geschikt is voor het beoefenen van de vaart op de binnenwateren.
3. Het onderzoek, bedoeld in artikel 22, kan geheel of gedeeltelijk achterwege blijven indien de aanvrager in het bezit is van:
a. een geldig vaarbewijs;
b. een vaarbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;
c. een ander bewijs van vaarbekwaamheid voor de binnenvaart, dat door Onze Minister is erkend.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met betrekking tot het bepaalde in de vorige leden.