BWBR0003482
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 68
Algemeen militair ambtenarenreglement
1. De militair ingedeeld bij de Koninklijke marine die gedurende een vol kalenderjaar als zodanig in werkelijke dienst is, heeft over dat jaar aanspraak op het navolgende vakantieverlof:
a. in het tijdvak van 1 juni tot 15 september: een aaneengesloten zomerverlof, omvattende 120 uren;
b. in het tijdvak van 1 december van het lopende kalenderjaar tot 1 februari van het daarop volgende jaar: een aaneengesloten winterverlof, omvattende 80 uren;
c. In het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december op een tijdstip naar eigen keuze: 32 uren, zoveel mogelijk op te nemen in aaneengesloten perioden van ten minste 4 uren.
2. Het hoofd defensieonderdeel kan voor bijzondere gevallen van het eerste lid afwijkende vakantieverloftijdstippen vaststellen.
3. De commandant kan een militair in bijzondere gevallen toestaan:
a. het hem toekomende zomer- of winterverlof op te nemen buiten de tijdvakken, genoemd in het eerste lid, onder a en b, of
b. die verloven aaneengesloten op te nemen.
a. in het tijdvak van 1 juni tot 15 september: een aaneengesloten zomerverlof, omvattende 120 uren;
b. in het tijdvak van 1 december van het lopende kalenderjaar tot 1 februari van het daarop volgende jaar: een aaneengesloten winterverlof, omvattende 80 uren;
c. In het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december op een tijdstip naar eigen keuze: 32 uren, zoveel mogelijk op te nemen in aaneengesloten perioden van ten minste 4 uren.
2. Het hoofd defensieonderdeel kan voor bijzondere gevallen van het eerste lid afwijkende vakantieverloftijdstippen vaststellen.
3. De commandant kan een militair in bijzondere gevallen toestaan:
a. het hem toekomende zomer- of winterverlof op te nemen buiten de tijdvakken, genoemd in het eerste lid, onder a en b, of
b. die verloven aaneengesloten op te nemen.