BWBR0003526
Geldig vanaf 1982-11-18
Artikel 12
Besluit vaarbewijzen binnenvaart
1. Om voor de afgifte van een groot vaarbewijs in aanmerking te komen beschikt de aanvrager over het getuigschrift, bedoeld in artikel 8, en toont hij daarnaast aan, dat hij een vaartijd heeft doorlopen van vier jaren.
2. Als vaartijd, bedoeld in het eerste lid, komt in aanmerking de ervaring die de aanvrager na het bereiken van de 16-jarige leeftijd heeft opgedaan als lid van de dekbemanning van een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart, of van een binnenschip met een lengte van 15 meter of meer, bestemd voor de niet-bedrijfsmatige vaart, op de binnenwateren van de Europese Gemeenschap of op binnenwateren die de buitengrens van de Gemeenschap overschrijden. 180 Effectieve vaardagen in de binnenvaart gelden als een jaar vaartijd als bedoeld in het eerste lid. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.
3. Indien de aanvrager aantoont ervaring te hebben opgedaan als lid van de dekbemanning van een schip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart ter zee, of van een schip met een lengte van 15 meter of meer, bestemd voor de niet-bedrijfsmatige vaart ter zee, wordt voor elk geheel jaar van deze ervaring de periode, bedoeld in het eerste lid, verminderd met een jaar, doch met ten hoogste een vaartijd van twee jaren, waarbij 250 zeedagen als een jaar vaartijd als bedoeld in het eerste lid gelden.
4. Indien de aanvrager houder is van een diploma van een opleiding voor de binnenvaart, waarvan praktijkstages deel uitmaken, wordt de periode, bedoeld in het eerste lid, verminderd met de duur van deze opleiding, doch met ten hoogste een vaartijd van drie jaren.
5. Indien de aanvrager een praktijkexamen heeft afgelegd voor het besturen van een schip waarvan de vaareigenschappen vergelijkbaar zijn met die van een schip waarvan de schipper bij het varen op de binnenwateren voorzien moet zijn van een groot vaarbewijs, wordt de periode, bedoeld in het eerste lid, verminderd met ten hoogste twee jaren.
Onder een praktijkexamen wordt voor de toepassing van dit lid verstaan:
een praktijkexamen dat door Onze Minister is erkend;
een praktijkexamen dat bij internationale regeling of door een bevoegde autoriteit in het buitenland en door Onze Minister is erkend.
6. Als vaartijd als bedoeld in het eerste lid, komt voor degene die dienst doet of heeft gedaan als registerloods tevens in aanmerking het in een periode van 48 maanden op binnenwateren tenminste gedurende 64 dagreizen besturen van een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart.
7. Indien de aanvrager die dienst doet of heeft gedaan als registerloods aantoont ervaring te hebben opgedaan als lid van de dekbemanning van een schip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart ter zee, wordt voor elk geheel jaar van deze ervaring de periode, bedoeld in het vierde lid, verminderd met 9 maanden en wordt het vereiste aantal dagreizen waarop een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart, bestuurd wordt, verminderd met 12 dagreizen, doch tot niet minder dan een vaartijd van 12 maanden waarin tenminste gedurende 16 dagreizen een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart, is bestuurd.
8. De beoordeling van de vaartijd geschiedt door de examinator.
2. Als vaartijd, bedoeld in het eerste lid, komt in aanmerking de ervaring die de aanvrager na het bereiken van de 16-jarige leeftijd heeft opgedaan als lid van de dekbemanning van een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart, of van een binnenschip met een lengte van 15 meter of meer, bestemd voor de niet-bedrijfsmatige vaart, op de binnenwateren van de Europese Gemeenschap of op binnenwateren die de buitengrens van de Gemeenschap overschrijden. 180 Effectieve vaardagen in de binnenvaart gelden als een jaar vaartijd als bedoeld in het eerste lid. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.
3. Indien de aanvrager aantoont ervaring te hebben opgedaan als lid van de dekbemanning van een schip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart ter zee, of van een schip met een lengte van 15 meter of meer, bestemd voor de niet-bedrijfsmatige vaart ter zee, wordt voor elk geheel jaar van deze ervaring de periode, bedoeld in het eerste lid, verminderd met een jaar, doch met ten hoogste een vaartijd van twee jaren, waarbij 250 zeedagen als een jaar vaartijd als bedoeld in het eerste lid gelden.
4. Indien de aanvrager houder is van een diploma van een opleiding voor de binnenvaart, waarvan praktijkstages deel uitmaken, wordt de periode, bedoeld in het eerste lid, verminderd met de duur van deze opleiding, doch met ten hoogste een vaartijd van drie jaren.
5. Indien de aanvrager een praktijkexamen heeft afgelegd voor het besturen van een schip waarvan de vaareigenschappen vergelijkbaar zijn met die van een schip waarvan de schipper bij het varen op de binnenwateren voorzien moet zijn van een groot vaarbewijs, wordt de periode, bedoeld in het eerste lid, verminderd met ten hoogste twee jaren.
Onder een praktijkexamen wordt voor de toepassing van dit lid verstaan:
een praktijkexamen dat door Onze Minister is erkend;
een praktijkexamen dat bij internationale regeling of door een bevoegde autoriteit in het buitenland en door Onze Minister is erkend.
6. Als vaartijd als bedoeld in het eerste lid, komt voor degene die dienst doet of heeft gedaan als registerloods tevens in aanmerking het in een periode van 48 maanden op binnenwateren tenminste gedurende 64 dagreizen besturen van een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart.
7. Indien de aanvrager die dienst doet of heeft gedaan als registerloods aantoont ervaring te hebben opgedaan als lid van de dekbemanning van een schip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart ter zee, wordt voor elk geheel jaar van deze ervaring de periode, bedoeld in het vierde lid, verminderd met 9 maanden en wordt het vereiste aantal dagreizen waarop een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart, bestuurd wordt, verminderd met 12 dagreizen, doch tot niet minder dan een vaartijd van 12 maanden waarin tenminste gedurende 16 dagreizen een binnenschip, bestemd voor de bedrijfsmatige vaart, is bestuurd.
8. De beoordeling van de vaartijd geschiedt door de examinator.