1. Het tuchtgerecht is bevoegd ambtshalve of op verzoek van de betrokken aangeslotene getuigen bij aangetekend schrijven op te roepen.
2. Ieder die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor het tuchtgerecht te verschijnen.
3. Indien de getuige niet op de oproeping verschijnt, kan het tuchtgerecht de Officier van Justitie bij de arrondissementsrechtbank binnen welks rechtsgebied het tuchtgerecht zitting houdt verzoeken de getuige ter zitting van het tuchtgerecht te dagvaarden, en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging.
4. Met betrekking tot het recht van verschoning van getuigen zijn de
artikelen 217–220 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
5. De voorzitter van het tuchtgerecht kan een getuige de eed of belofte doen afleggen dat hij de waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.