BWBR0003602
Geldig vanaf 12-12-1983
Artikel 10
Reglement op de Tuchtrechtspraak van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst
1. Een zak wordt door of namens het bestuur van de Stichting binnen zes maanden na constatering van de overtreding aanhangig gemaakt door middel van een schriftelijke verklaring, inhoudende:
– een korte omschrijving van de ten laste gelegde overtreding;
– een verklaring van relevante feiten;
– de naam en het adres van de betrokken aangeslotene of aangeslotenen.
2. De schriftelijke verklaring kan vergezeld gaan van een voorstel van of namens het bestuur van de Stichting met betrekking tot de op te leggen maatregel.
3. Te zamen met de in het eerste lid bedoelde schriftelijke verklaring dienen alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het tuchtgerecht te worden overgelegd.
4. Een zaak wordt niet aanhangig gemaakt dan ingevolge overleg met de Officier van Justitie. Dit overleg wordt door of namens de voorzitter van het bestuur van de Stichting gevoerd.
5. Afschriften van de schriftelijke verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken worden gezonden aan de Officier van Justitie bij de rechtbank van het arrondissement waar de overtreding zou zijn gepleegd.
Toezending aan de Officier van Justitie geschiedt niet, indien deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
– een korte omschrijving van de ten laste gelegde overtreding;
– een verklaring van relevante feiten;
– de naam en het adres van de betrokken aangeslotene of aangeslotenen.
2. De schriftelijke verklaring kan vergezeld gaan van een voorstel van of namens het bestuur van de Stichting met betrekking tot de op te leggen maatregel.
3. Te zamen met de in het eerste lid bedoelde schriftelijke verklaring dienen alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het tuchtgerecht te worden overgelegd.
4. Een zaak wordt niet aanhangig gemaakt dan ingevolge overleg met de Officier van Justitie. Dit overleg wordt door of namens de voorzitter van het bestuur van de Stichting gevoerd.
5. Afschriften van de schriftelijke verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken worden gezonden aan de Officier van Justitie bij de rechtbank van het arrondissement waar de overtreding zou zijn gepleegd.
Toezending aan de Officier van Justitie geschiedt niet, indien deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003602
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl