BWBR0003630
Geldig vanaf 2016-11-17
Artikel 25a
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. Rijksschoonmaakorganisatie: organisatie waarin de schoonmaakwerkzaamheden bij het Rijk in eigen beheer worden uitgevoerd;
b. overkomst: aanstelling als ambtenaar bij de Rijksschoonmaakorganisatie van een werknemer van een schoonmaakbedrijf als gevolg van de verplaatsing van zijn werkzaamheden van het schoonmaakbedrijf naar de Rijksschoonmaakorganisatie;
c. CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2017–2018.
2. Voor de ambtenaar, die is aangesteld bij de Rijksschoonmaakorganisatie en wiens functie is genoemd in bijlage Cvan dit besluit geldt het in die bijlage bij de genoemde functie, leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar behorende salaris.
3. Voor de hoogte van het salaris tellen voor de ambtenaar mee:
a. de na zijn overkomst doorgebrachte tijd in dienst van een schoonmaakbedrijf vóór die overkomst conform artikel 38, derde lid, van de CAO;
b. de doorgebrachte tijd in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie indien aanstellingen van de ambtenaar bij de Rijksschoonmaakorganisatie elkaar binnen twaalf maanden opvolgen, of
c. de doorgebrachte tijd in dienst van de sector Rijk, anders dan in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie, waarbij de ambtenaar schoonmaakwerkzaamheden heeft uitgeoefend.
4. Als diensttijd voor een gratificatie bij een ambtsjubileum of een diensttijdgratificatie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/79" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 79 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>telt voor de ambtenaar na zijn overkomst, mee de als werknemer doorgebrachte tijd in dienst van een schoonmaakbedrijf vóór die overkomst conform artikel 38, derde lid, van de CAO.
5. Artikel 5, tweede en derde lid, is niet van toepassing op de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage Cvan dit besluit.
6. Onverlet het vijfde lid is artikel 14, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage Cvan dit besluit.
7. In afwijking van artikel 7wordt het salaris van de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage C van dit besluit en die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, jaarlijks verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, tenzij de ambtenaar zes maanden of langer in de voorafgaande twaalf maanden wegens arbeidsongeschiktheid, niet zijnde zwangerschaps- of bevallingsverlof, dan wel buitengewoon verlof geen werkzaamheden voor de Rijksschoonmaakorganisatie heeft verricht.
8. De ambtenaar die voor de overkomst op grond van artikel 38, derde lid, van de CAO vóór 31 december 2007 aanspraak had op een van de CAO afwijkende reiskostenvergoeding, heeft na de overkomst overeenkomstig deze afspraken recht op deze reiskostenvergoeding. De tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen per openbaar vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt op deze reiskostenvergoeding in mindering gebracht. Het recht op deze reiskostenvergoeding vervalt op het moment dat de ambtenaar gebruik maakt van de Rijksmobiliteitkaart.
9. De ambtenaar die voor de overkomst recht had op een vereenvoudigingstoeslag op basis van artikel 38, derde lid, van de CAO, heeft na de overkomst recht op een vereenvoudigingstoeslag overeenkomstig hetgeen daarover in de CAO is bepaald. Deze vereenvoudigingstoeslag is een periodieke toeslag als bedoeld in artikel 22avan het BBRA 1984.
a. Rijksschoonmaakorganisatie: organisatie waarin de schoonmaakwerkzaamheden bij het Rijk in eigen beheer worden uitgevoerd;
b. overkomst: aanstelling als ambtenaar bij de Rijksschoonmaakorganisatie van een werknemer van een schoonmaakbedrijf als gevolg van de verplaatsing van zijn werkzaamheden van het schoonmaakbedrijf naar de Rijksschoonmaakorganisatie;
c. CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2017–2018.
2. Voor de ambtenaar, die is aangesteld bij de Rijksschoonmaakorganisatie en wiens functie is genoemd in bijlage Cvan dit besluit geldt het in die bijlage bij de genoemde functie, leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar behorende salaris.
3. Voor de hoogte van het salaris tellen voor de ambtenaar mee:
a. de na zijn overkomst doorgebrachte tijd in dienst van een schoonmaakbedrijf vóór die overkomst conform artikel 38, derde lid, van de CAO;
b. de doorgebrachte tijd in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie indien aanstellingen van de ambtenaar bij de Rijksschoonmaakorganisatie elkaar binnen twaalf maanden opvolgen, of
c. de doorgebrachte tijd in dienst van de sector Rijk, anders dan in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie, waarbij de ambtenaar schoonmaakwerkzaamheden heeft uitgeoefend.
4. Als diensttijd voor een gratificatie bij een ambtsjubileum of een diensttijdgratificatie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/79" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 79 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>telt voor de ambtenaar na zijn overkomst, mee de als werknemer doorgebrachte tijd in dienst van een schoonmaakbedrijf vóór die overkomst conform artikel 38, derde lid, van de CAO.
5. Artikel 5, tweede en derde lid, is niet van toepassing op de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage Cvan dit besluit.
6. Onverlet het vijfde lid is artikel 14, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage Cvan dit besluit.
7. In afwijking van artikel 7wordt het salaris van de ambtenaar wiens functie is vermeld in de bijlage C van dit besluit en die nog niet het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, jaarlijks verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, tenzij de ambtenaar zes maanden of langer in de voorafgaande twaalf maanden wegens arbeidsongeschiktheid, niet zijnde zwangerschaps- of bevallingsverlof, dan wel buitengewoon verlof geen werkzaamheden voor de Rijksschoonmaakorganisatie heeft verricht.
8. De ambtenaar die voor de overkomst op grond van artikel 38, derde lid, van de CAO vóór 31 december 2007 aanspraak had op een van de CAO afwijkende reiskostenvergoeding, heeft na de overkomst overeenkomstig deze afspraken recht op deze reiskostenvergoeding. De tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen per openbaar vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt op deze reiskostenvergoeding in mindering gebracht. Het recht op deze reiskostenvergoeding vervalt op het moment dat de ambtenaar gebruik maakt van de Rijksmobiliteitkaart.
9. De ambtenaar die voor de overkomst recht had op een vereenvoudigingstoeslag op basis van artikel 38, derde lid, van de CAO, heeft na de overkomst recht op een vereenvoudigingstoeslag overeenkomstig hetgeen daarover in de CAO is bepaald. Deze vereenvoudigingstoeslag is een periodieke toeslag als bedoeld in artikel 22avan het BBRA 1984.