BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1998
Artikel I-C2
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, geniet de betrokkene gedurende de schoolvakanties dan wel de periode waarin de instelling geen onderwijs verzorgt of examens afneemt, vakantieverlof met behoud van bezoldiging.
2. Het bevoegd gezag kan op verzoek na omzetting van de dienst verlof verlenen op andere tijdstippen aan:
a. de directeur, de adjunct-directeur en de leraar die is benoemd als adjunct-directeur;
b. het lid van de centrale directie.
3. Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen en nadat vóór de contractperiode met de betrokkene die werkzaamheden in het kader van contractactiviteiten gaat verrichten daarover overeenstemming is bereikt, in plaats van het verlof bedoeld in het eerste lid, verlof verlenen op andere tijdstippen. Het bevoegd gezag doet hiervan mededeling aan de inspectie.
4. De betrokkene houdt zich zo nodig gedurende enkele dagen van het verlof ter beschikking van het bevoegd gezag ten behoeve van werkzaamheden van onderwijskundige of schoolorganisatorische aard.
5. Het totale vakantieverlof van de betrokkene, bedoeld in artikel I-C1, onder a1, a2 en a3, kan bij toepassing van het vierde lid met niet meer dan twee dagen per schooljaar worden verminderd. Voor die vermindering komen slechts in aanmerking de eerste en de laatste twee dagen van de zomervakantie.
6. Vervallen.
7. Het bevoegd gezag bepaalt tijdig na overleg met de betrokkene of, en zo ja, welke dagen voor de toepassing van het vierde lid van dit artikel in aanmerking komen.
8. Van het eerste tot en met het zevende lid kan met het oog op de invulling van de algemene arbeidsduur per jaar bedoeld in artikel I-P3, tweede en derde lid, in het bijzonder onderwijs worden afgeweken op grond van een overeenkomst bedoeld in de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en in het openbaar onderwijs op een overeenkomst die voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in genoemde wet.
2. Het bevoegd gezag kan op verzoek na omzetting van de dienst verlof verlenen op andere tijdstippen aan:
a. de directeur, de adjunct-directeur en de leraar die is benoemd als adjunct-directeur;
b. het lid van de centrale directie.
3. Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen en nadat vóór de contractperiode met de betrokkene die werkzaamheden in het kader van contractactiviteiten gaat verrichten daarover overeenstemming is bereikt, in plaats van het verlof bedoeld in het eerste lid, verlof verlenen op andere tijdstippen. Het bevoegd gezag doet hiervan mededeling aan de inspectie.
4. De betrokkene houdt zich zo nodig gedurende enkele dagen van het verlof ter beschikking van het bevoegd gezag ten behoeve van werkzaamheden van onderwijskundige of schoolorganisatorische aard.
5. Het totale vakantieverlof van de betrokkene, bedoeld in artikel I-C1, onder a1, a2 en a3, kan bij toepassing van het vierde lid met niet meer dan twee dagen per schooljaar worden verminderd. Voor die vermindering komen slechts in aanmerking de eerste en de laatste twee dagen van de zomervakantie.
6. Vervallen.
7. Het bevoegd gezag bepaalt tijdig na overleg met de betrokkene of, en zo ja, welke dagen voor de toepassing van het vierde lid van dit artikel in aanmerking komen.
8. Van het eerste tot en met het zevende lid kan met het oog op de invulling van de algemene arbeidsduur per jaar bedoeld in artikel I-P3, tweede en derde lid, in het bijzonder onderwijs worden afgeweken op grond van een overeenkomst bedoeld in de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en in het openbaar onderwijs op een overeenkomst die voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in genoemde wet.
- Citeren als
- Art. I-C2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl