BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel I-C3
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene, werkzaam in deelbetrekking aan meer dan één instelling, waarvan de zomervakanties ten gevolge van vakantiespreiding niet in dezelfde periode vallen, heeft aanspraak op een aaneengesloten lesvrije periode van ten minste drie weken. Het bevoegd gezag van de instelling of instellingen waar de zomervakantie het laatst aanvangt, verleent daartoe aan de betrokkene desgevraagd zoveel dagen bijzonder vakantieverlof dat genoemde termijn wordt bereikt. Dit bijzondere vakantieverlof wordt verleend in de periode die direct voorafgaat aan de aanvang van de zomervakantie van bedoelde instelling of instellingen.
2. Ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde in artikel I-C2, vierde tot en met zevende lid, niet van toepassing.
2. Ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde in artikel I-C2, vierde tot en met zevende lid, niet van toepassing.
- Citeren als
- Art. I-C3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl