BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1996
Artikel I-J1
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. betrokkene: de betrokkene bedoeld in artikel I-A1 onder e1, e2, e4, e5, e6, e7, e10, e12 tot en met e18;
b. instelling: de instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, d4, d5, d6, d7, d10, d12 tot en met d18;
c. hoofdinstelling: indien de betrokkene werkzaam is aan: - één instelling: de desbetreffende instelling;
- twee of meer instellingen: de instelling waaraan hij de meeste tijd werkzaam is;
- twee of meer instellingen waaraan hij dezelfde tijd werkzaam is: de instelling met de kleinste afstand tot de woning van betrokkene.
- één instelling: de desbetreffende instelling;
- twee of meer instellingen: de instelling waaraan hij de meeste tijd werkzaam is;
- twee of meer instellingen waaraan hij dezelfde tijd werkzaam is: de instelling met de kleinste afstand tot de woning van betrokkene.
d. standplaats: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente, waarin door belanghebbende voor de hoofdinstelling de meeste werkzaamheden worden verricht. Indien door belanghebbende voor de hoofdinstelling in verschillende gemeenten evenveel werkzaamheden worden verricht: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente, met de kleinste afstand tot de woning van belanghebbende;
e. standplaatsbetrekking: een betrekking of een combinatie van betrekkingen met een omvang van tenminste het 6/10 deel van de normbetrekking;
f. gebouw: de plaats waar de belanghebbende zijn werkzaamheden verricht;
g. plaats van tewerkstelling: het gebouw van de hoofdinstelling in de standplaats waar belanghebbende werkzaam is. Wanneer in de standplaats binnen de hoofdinstelling sprake is van meerdere gebouwen is de plaats van tewerkstelling het gebouw waar belanghebbende de meeste werkzaamheden verricht. Wanneer in de standplaats binnen de hoofdinstelling sprake is van meerdere gebouwen, waar door belanghebbende evenveel werkzaamheden worden verricht, wordt het gebouw met de kleinste afstand tot de woning van belanghebbende als plaats van tewerkstelling aangemerkt. Indien de uitoefening van de functie van belanghebbende aan de hoofdinstelling zich uitstrekt over een meer of minder omvangrijk geografisch gebied (rayon of regio): de door het bevoegde gezag aangewezen plaats;
h. woonplaats: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente, waar de belanghebbende metterwoon is gevestigd;
i. zone: de eenheid waarin het bus- en tramlijnennet is verdeeld en die de basis vormt van de strippenkaart in het stad- en streekvervoer;
j. jaarbezoldiging: de bezoldiging of de som van de bezoldigingen in de maand van verhuizen, tot ten hoogste de bezoldiging verbonden aan een normbetrekking vermeerderd met het percentage van de vakantieuitkering met inachtneming van het minimumbedrag, in voorkomende gevallen verhoogd met: 1. een eventueel in die maand genoten uitkering als bedoeld in het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, alsmede de daarmede overeenkomende uitkeringsregelingen, als door Onze minister aan te geven;
2. een eventueel in die maand genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag of de Uitkeringswet gewezen militairen, zoals deze uitkering is of zou zijn vastgesteld indien de leeftijd van 50 jaar nog niet is of zou zijn bereikt; een en ander herleid tot een jaarbedrag;
1. een eventueel in die maand genoten uitkering als bedoeld in het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, alsmede de daarmede overeenkomende uitkeringsregelingen, als door Onze minister aan te geven;
2. een eventueel in die maand genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag of de Uitkeringswet gewezen militairen, zoals deze uitkering is of zou zijn vastgesteld indien de leeftijd van 50 jaar nog niet is of zou zijn bereikt; een en ander herleid tot een jaarbedrag;
k. gezamenlijke jaarbezoldiging: de jaarbezoldiging vermeerderd met de inkomsten onder welke benaming dan ook genoten, door de echtgenoot die geen belanghebbende is;
l. berekeningstijdstip 1e. de datum waarop de belanghebbende verhuist;
2e. indien de belanghebbende verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van het werkzaam zijn in een standplaatsbetrekking;
1e. de datum waarop de belanghebbende verhuist;
2e. indien de belanghebbende verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van het werkzaam zijn in een standplaatsbetrekking;
m. voor het eerst in diensttreden: in dienst treden bij een instelling anders dan in geval van een overgang binnen een maand: 1e. van de ene naar een andere instelling,
2e. van de overheid naar een instelling, terwijl de tijd gedurende welke een ontslaguitkering wordt genoten niet als een onderbreking tussen beide benoemingen wordt beschouwd;
1e. van de ene naar een andere instelling,
2e. van de overheid naar een instelling, terwijl de tijd gedurende welke een ontslaguitkering wordt genoten niet als een onderbreking tussen beide benoemingen wordt beschouwd;
n. verplaatsing: verandering van de standplaats van de belanghebbende in opdracht van het bevoegd gezag;
o. gezinsleden: de echtgeno(o)t(e) van de belanghebbende en de eigen kinderen, stief- en pleegkinderen die deel uitmaken van het gezin;
p. dienstwoning: de door het bevoegd gezag aan de belanghebbende in verband met de uitoefening van de functie ter bewoning aangewezen woning, waarvoor van rijkswege een tegemoetkoming in de stichtingskosten of onderhoudskosten aan het bevoegd gezag is verleend;
q. dienstreis: de reis, welke, anders dan bedoeld in artikel I-J9, in het belang van het onderwijs dan wel van de instelling en in opdracht van het bevoegd gezag in of buiten de standplaats wordt gemaakt;
a. betrokkene: de betrokkene bedoeld in artikel I-A1 onder e1, e2, e4, e5, e6, e7, e10, e12 tot en met e18;
b. instelling: de instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, d4, d5, d6, d7, d10, d12 tot en met d18;
c. hoofdinstelling: indien de betrokkene werkzaam is aan: - één instelling: de desbetreffende instelling;
- twee of meer instellingen: de instelling waaraan hij de meeste tijd werkzaam is;
- twee of meer instellingen waaraan hij dezelfde tijd werkzaam is: de instelling met de kleinste afstand tot de woning van betrokkene.
- één instelling: de desbetreffende instelling;
- twee of meer instellingen: de instelling waaraan hij de meeste tijd werkzaam is;
- twee of meer instellingen waaraan hij dezelfde tijd werkzaam is: de instelling met de kleinste afstand tot de woning van betrokkene.
d. standplaats: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente, waarin door belanghebbende voor de hoofdinstelling de meeste werkzaamheden worden verricht. Indien door belanghebbende voor de hoofdinstelling in verschillende gemeenten evenveel werkzaamheden worden verricht: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente, met de kleinste afstand tot de woning van belanghebbende;
e. standplaatsbetrekking: een betrekking of een combinatie van betrekkingen met een omvang van tenminste het 6/10 deel van de normbetrekking;
f. gebouw: de plaats waar de belanghebbende zijn werkzaamheden verricht;
g. plaats van tewerkstelling: het gebouw van de hoofdinstelling in de standplaats waar belanghebbende werkzaam is. Wanneer in de standplaats binnen de hoofdinstelling sprake is van meerdere gebouwen is de plaats van tewerkstelling het gebouw waar belanghebbende de meeste werkzaamheden verricht. Wanneer in de standplaats binnen de hoofdinstelling sprake is van meerdere gebouwen, waar door belanghebbende evenveel werkzaamheden worden verricht, wordt het gebouw met de kleinste afstand tot de woning van belanghebbende als plaats van tewerkstelling aangemerkt. Indien de uitoefening van de functie van belanghebbende aan de hoofdinstelling zich uitstrekt over een meer of minder omvangrijk geografisch gebied (rayon of regio): de door het bevoegde gezag aangewezen plaats;
h. woonplaats: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggend deel van die gemeente, waar de belanghebbende metterwoon is gevestigd;
i. zone: de eenheid waarin het bus- en tramlijnennet is verdeeld en die de basis vormt van de strippenkaart in het stad- en streekvervoer;
j. jaarbezoldiging: de bezoldiging of de som van de bezoldigingen in de maand van verhuizen, tot ten hoogste de bezoldiging verbonden aan een normbetrekking vermeerderd met het percentage van de vakantieuitkering met inachtneming van het minimumbedrag, in voorkomende gevallen verhoogd met: 1. een eventueel in die maand genoten uitkering als bedoeld in het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, alsmede de daarmede overeenkomende uitkeringsregelingen, als door Onze minister aan te geven;
2. een eventueel in die maand genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag of de Uitkeringswet gewezen militairen, zoals deze uitkering is of zou zijn vastgesteld indien de leeftijd van 50 jaar nog niet is of zou zijn bereikt; een en ander herleid tot een jaarbedrag;
1. een eventueel in die maand genoten uitkering als bedoeld in het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, alsmede de daarmede overeenkomende uitkeringsregelingen, als door Onze minister aan te geven;
2. een eventueel in die maand genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag of de Uitkeringswet gewezen militairen, zoals deze uitkering is of zou zijn vastgesteld indien de leeftijd van 50 jaar nog niet is of zou zijn bereikt; een en ander herleid tot een jaarbedrag;
k. gezamenlijke jaarbezoldiging: de jaarbezoldiging vermeerderd met de inkomsten onder welke benaming dan ook genoten, door de echtgenoot die geen belanghebbende is;
l. berekeningstijdstip 1e. de datum waarop de belanghebbende verhuist;
2e. indien de belanghebbende verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van het werkzaam zijn in een standplaatsbetrekking;
1e. de datum waarop de belanghebbende verhuist;
2e. indien de belanghebbende verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van het werkzaam zijn in een standplaatsbetrekking;
m. voor het eerst in diensttreden: in dienst treden bij een instelling anders dan in geval van een overgang binnen een maand: 1e. van de ene naar een andere instelling,
2e. van de overheid naar een instelling, terwijl de tijd gedurende welke een ontslaguitkering wordt genoten niet als een onderbreking tussen beide benoemingen wordt beschouwd;
1e. van de ene naar een andere instelling,
2e. van de overheid naar een instelling, terwijl de tijd gedurende welke een ontslaguitkering wordt genoten niet als een onderbreking tussen beide benoemingen wordt beschouwd;
n. verplaatsing: verandering van de standplaats van de belanghebbende in opdracht van het bevoegd gezag;
o. gezinsleden: de echtgeno(o)t(e) van de belanghebbende en de eigen kinderen, stief- en pleegkinderen die deel uitmaken van het gezin;
p. dienstwoning: de door het bevoegd gezag aan de belanghebbende in verband met de uitoefening van de functie ter bewoning aangewezen woning, waarvoor van rijkswege een tegemoetkoming in de stichtingskosten of onderhoudskosten aan het bevoegd gezag is verleend;
q. dienstreis: de reis, welke, anders dan bedoeld in artikel I-J9, in het belang van het onderwijs dan wel van de instelling en in opdracht van het bevoegd gezag in of buiten de standplaats wordt gemaakt;
- Citeren als
- Art. I-J1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl