BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel I-Q105
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Zodra aan de betrokkene op grond van het bepaalde in artikel I-P13 een periodieke verhoging wordt toegekend en zijn salaris dan ten minste gelijk is aan het aanvangsbedrag van een naasthogere schaal, wordt zijn salaris bepaald volgens die hogere schaal, evenwel niet volgens een hogere schaal dan de maximumschaal die bij zijn functie behoort.
2. Zolang voor de betrokkene het salaris wordt bepaald volgens een lagere schaal dan de bij zijn functie behorende aanloopschaal en toekenning van een periodieke verhoging als bedoeld in artikel I-P13 en toepassing van het bepaalde in het eerste lid nog niet leiden tot een salarisbedrag dat ten minste gelijk is aan het laagste bedrag in de aanloopschaal, wordt hem telkens bij de toepassing van artikel I-P13 op de in dat artikel vermelde datum één extra periodieke verhoging toegekend. Het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de salarisvaststelling volgens de naasthogere schaal is van overeenkomstige toepassing.
2. Zolang voor de betrokkene het salaris wordt bepaald volgens een lagere schaal dan de bij zijn functie behorende aanloopschaal en toekenning van een periodieke verhoging als bedoeld in artikel I-P13 en toepassing van het bepaalde in het eerste lid nog niet leiden tot een salarisbedrag dat ten minste gelijk is aan het laagste bedrag in de aanloopschaal, wordt hem telkens bij de toepassing van artikel I-P13 op de in dat artikel vermelde datum één extra periodieke verhoging toegekend. Het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de salarisvaststelling volgens de naasthogere schaal is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. I-Q105
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl