BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1998
Artikel I-R102
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Aan iedere instelling kan onderwijsgevend, docerend, onderzoeks-, pedagogische en educatief personeel verbonden zijn voor zover dit binnen de door het bevoegd gezag vastgestelde formatie mogelijk is.
Deze functies worden onderscheiden in onderwijsgevenden functies voor het basisonderwijs en centrale diensten (§ 2 van dit hoofdstuk), het speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs (§ 3), alsmede in pedagogische functies voor het leerlingwezen (§ 6), in een leraarsfunctie voor het vormingswerk (§ 7), in instructeursfuncties voor het landbouwpraktijkonderwijs (§ 8), in de functie van educatief werker in de basiseducatie (§ 9), in een leraarsfunctie voor het middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel I-A1, onder e14 (§ 12), in een leraarsfunctie aan een scholengemeenschap als bedoeld in artikel I-A1, onder d15 (§ 13), in een leraarsfunctie voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (§ 14) en in een leraarsfunctie voor beroepsbegeleidend onderwijs (§ 15).
2. De werkzaamheden die aan de instelling moeten worden verricht, worden in onderling overleg verdeeld tussen de directie en de betrokkenen zodanig dat een zoveel mogelijk evenwichtige taakbelasting plaatsvindt in verhouding tot de aard en de omvang van de functies.
Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, beslist het bevoegd gezag, de betrokkenen gehoord.
Deze functies worden onderscheiden in onderwijsgevenden functies voor het basisonderwijs en centrale diensten (§ 2 van dit hoofdstuk), het speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs (§ 3), alsmede in pedagogische functies voor het leerlingwezen (§ 6), in een leraarsfunctie voor het vormingswerk (§ 7), in instructeursfuncties voor het landbouwpraktijkonderwijs (§ 8), in de functie van educatief werker in de basiseducatie (§ 9), in een leraarsfunctie voor het middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel I-A1, onder e14 (§ 12), in een leraarsfunctie aan een scholengemeenschap als bedoeld in artikel I-A1, onder d15 (§ 13), in een leraarsfunctie voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (§ 14) en in een leraarsfunctie voor beroepsbegeleidend onderwijs (§ 15).
2. De werkzaamheden die aan de instelling moeten worden verricht, worden in onderling overleg verdeeld tussen de directie en de betrokkenen zodanig dat een zoveel mogelijk evenwichtige taakbelasting plaatsvindt in verhouding tot de aard en de omvang van de functies.
Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, beslist het bevoegd gezag, de betrokkenen gehoord.
- Citeren als
- Art. I-R102
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl