BWBR0003771
Geldig vanaf 01-06-2001
Artikel I-R107
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Behoudens het vijfde lid heeft de betrokkene die is benoemd in een functie met maximumschaal 11 of lager en wiens salaris op 31 juli van enig schooljaar is vastgesteld op het hoogste bedrag in de bij zijn functie behorende aanloopschaal met ingang van 1 augustus van het daarop volgende schooljaar recht op vaststelling van zijn salaris volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal op het bedrag dat is gelegen onmiddellijk boven het salaris dat op 31 juli daaraan voorafgaand voor hem gold. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de betrokkene die is benoemd in een functie met maximumschaal 12 en wiens salaris op 31 juli van enig schooljaar is vastgesteld op het hoogste bedrag in de hoogste bij zijn functie behorende aanloopschaal.
2. Behoudens het bepaalde in het vijfde lid heeft de betrokkene die is benoemd in een functie met maximumschaal 13 en wiens salaris gedurende twee achtereenvolgende schooljaren is vastgesteld op het hoogste bedrag in de hoogste bij zijn functie behorende aanloopschaal met ingang van 1 augustus van het daarop volgende schooljaar recht op vaststelling van zijn salaris volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal. Zijn salaris wordt in dat geval vastgesteld volgens de maximumschaal op het bedrag dat is gelegen onmiddellijk boven het salaris dat op 31 juli daaraan voorafgaand voor hem gold.
3. In afwijking van het tweede lid en behoudens het vijfde lid wordt het salaris van de betrokkene zoveel eerder vastgesteld volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal als zijn salaris in een vorige functie reeds langer dan één schooljaar is vastgesteld geweest volgens het maximum van de bij die vorige functie behorende hoogste aanloopschaal.
4. Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt mede in aanmerking genomen het schooljaar waarin de betrokkene gedurende ten minste 60 werkdagen in een vorige functie werkzaam is geweest en is bezoldigd volgens het hoogste bedrag in de hoogste bij die functie behorende aanloopschaal.
5. De betrokkene bedoeld in het eerste, tweede en derde lid heeft geen recht op vaststelling van zijn salaris volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal, indien de betrokkene niet aan de in artikel I-R103, eerste lid, bedoelde promotiecriteria heeft voldaan als gevolg van feitelijkheden die voor zijn rekening komen. In dat geval rust op het bevoegd gezag niet de verplichting bedoeld in artikel I-R103, tweede lid.
2. Behoudens het bepaalde in het vijfde lid heeft de betrokkene die is benoemd in een functie met maximumschaal 13 en wiens salaris gedurende twee achtereenvolgende schooljaren is vastgesteld op het hoogste bedrag in de hoogste bij zijn functie behorende aanloopschaal met ingang van 1 augustus van het daarop volgende schooljaar recht op vaststelling van zijn salaris volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal. Zijn salaris wordt in dat geval vastgesteld volgens de maximumschaal op het bedrag dat is gelegen onmiddellijk boven het salaris dat op 31 juli daaraan voorafgaand voor hem gold.
3. In afwijking van het tweede lid en behoudens het vijfde lid wordt het salaris van de betrokkene zoveel eerder vastgesteld volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal als zijn salaris in een vorige functie reeds langer dan één schooljaar is vastgesteld geweest volgens het maximum van de bij die vorige functie behorende hoogste aanloopschaal.
4. Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt mede in aanmerking genomen het schooljaar waarin de betrokkene gedurende ten minste 60 werkdagen in een vorige functie werkzaam is geweest en is bezoldigd volgens het hoogste bedrag in de hoogste bij die functie behorende aanloopschaal.
5. De betrokkene bedoeld in het eerste, tweede en derde lid heeft geen recht op vaststelling van zijn salaris volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal, indien de betrokkene niet aan de in artikel I-R103, eerste lid, bedoelde promotiecriteria heeft voldaan als gevolg van feitelijkheden die voor zijn rekening komen. In dat geval rust op het bevoegd gezag niet de verplichting bedoeld in artikel I-R103, tweede lid.
- Citeren als
- Art. I-R107
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl