BWBR0003771
Geldig vanaf 31-12-1996
Artikel V-C1
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e14, e17 en e18, behorende tot het personeel waarvoor in hoofdstuk I-Q dan wel hoofdstuk I-R voorschriften zijn gegeven, heeft, in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk I-C, paragraaf 4, aanspraak op vaststelling van het vakantieverlof volgens paragraaf 1 van dat hoofdstuk.
2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e14 en de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e17 en e 18, die vóór 1 augustus 1991 respectievelijk voor 1 augustus 1993 bij de instelling was benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q dan wel in hoofdstuk I-R en die op 1 augustus 1991 respectievelijk op 1 augustus 1993 werkzaam is in een functie als bedoeld in de paragrafen 12, 14 of 15 van hoofdstuk I-S.
2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e14 en de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e17 en e 18, die vóór 1 augustus 1991 respectievelijk voor 1 augustus 1993 bij de instelling was benoemd in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q dan wel in hoofdstuk I-R en die op 1 augustus 1991 respectievelijk op 1 augustus 1993 werkzaam is in een functie als bedoeld in de paragrafen 12, 14 of 15 van hoofdstuk I-S.
- Citeren als
- Art. V-C1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl