BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1996
Artikel V-P1
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De betrokkene voor wie op grond van het Besluit overgangsmaatregelen b.o. 1985 (Stb. 316), het Besluit overgangsmaatregelen s.o. 1985 (Stb. 317), het Besluit overgangsmaatregelen l.w. 1985 (Stb. 165), of het Besluit overgangsmaatregelen v.j. en v. j. v. 1985 (Stb. 163), dan wel de Beschikking overgangsmaatregelen a.l.o. 1985 of de Beschikking overgangsmaatregelen NLO 1985 een uitzicht is vastgesteld op een salaris dat hoger is dan het maximumsalaris behorende bij de functie waarin hij is benoemd, heeft tot ten hoogste het voor hem vastgestelde uitzicht aanspraak op bezoldiging volgens een hogere schaal dan de maximumschaal die behoort bij de functie waarin hij is benoemd, voor zover het bepaalde in dit hoofdstuk en in de hoofdstukken V-Q of V-R zulks bepalen.
2. Zolang het salaris van de in het eerste lid bedoelde betrokkene nog niet wordt vastgesteld op het hoogste bedrag in de bij zijn functie behorende maximumschaal, wordt hem jaarlijks met toepassing van artikel I-P13 een periodieke verhoging toegekend indien en voor zover het bij zijn functie behorende carrièrepatroon dat mogelijk maakt. Hem wordt vervolgens jaarlijks op de voet van het bepaalde in artikel I-P13 een periodieke verhoging toegekend, voor het eerst op 1 augustus van het schooljaar volgende op het schooljaar waarin hij, behoudens het bepaalde in het vijfde lid, volgens het maximumsalaris dat bij zijn functie behoort, wordt bezoldigd. Deze jaarlijkse periodieke verhoging wordt toegekend volgens de reeks bedragen, genoemd in bijlage 1C onder A, kolom 2, tot het voor hem vastgestelde uitzicht genoemd in kolom 1 is bereikt.
3. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in het Besluit overgangsmaatregelen l.w. 1985, met dien verstande dat voor "1 augustus" wordt gelezen: 1 januari en voor "schooljaar" kalenderjaar.
4. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in het Besluit overgangsmaatregelen v.j. en v.j.v. 1985, met dien verstande dat voor "schooljaar" wordt gelezen: cursusjaar.
5. Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid wordt voor de betrokkene
a. voor wie een uitzicht is vastgesteld dat hoger is dan het bedrag dat in bijlage 1C, onder B, bij de voor hem geldende maximumschaal is vermeld en
b. wiens salaris op 31 juli van enig schooljaar werd vastgesteld op het een na hoogste bedrag van zijn maximumschaal indien dat schaal 12, schaal 13 of schaal 14 is, bij de toekenning van een periodieke verhoging het salaris vastgesteld op het naasthogere bedrag dat is vermeld in bijlage 1C, onder A, kolom 2.
2. Zolang het salaris van de in het eerste lid bedoelde betrokkene nog niet wordt vastgesteld op het hoogste bedrag in de bij zijn functie behorende maximumschaal, wordt hem jaarlijks met toepassing van artikel I-P13 een periodieke verhoging toegekend indien en voor zover het bij zijn functie behorende carrièrepatroon dat mogelijk maakt. Hem wordt vervolgens jaarlijks op de voet van het bepaalde in artikel I-P13 een periodieke verhoging toegekend, voor het eerst op 1 augustus van het schooljaar volgende op het schooljaar waarin hij, behoudens het bepaalde in het vijfde lid, volgens het maximumsalaris dat bij zijn functie behoort, wordt bezoldigd. Deze jaarlijkse periodieke verhoging wordt toegekend volgens de reeks bedragen, genoemd in bijlage 1C onder A, kolom 2, tot het voor hem vastgestelde uitzicht genoemd in kolom 1 is bereikt.
3. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in het Besluit overgangsmaatregelen l.w. 1985, met dien verstande dat voor "1 augustus" wordt gelezen: 1 januari en voor "schooljaar" kalenderjaar.
4. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in het Besluit overgangsmaatregelen v.j. en v.j.v. 1985, met dien verstande dat voor "schooljaar" wordt gelezen: cursusjaar.
5. Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid wordt voor de betrokkene
a. voor wie een uitzicht is vastgesteld dat hoger is dan het bedrag dat in bijlage 1C, onder B, bij de voor hem geldende maximumschaal is vermeld en
b. wiens salaris op 31 juli van enig schooljaar werd vastgesteld op het een na hoogste bedrag van zijn maximumschaal indien dat schaal 12, schaal 13 of schaal 14 is, bij de toekenning van een periodieke verhoging het salaris vastgesteld op het naasthogere bedrag dat is vermeld in bijlage 1C, onder A, kolom 2.
- Citeren als
- Art. V-P1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl