BWBR0003771
Geldig vanaf 23-08-2000
Artikel V-P17
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Voor de toepassing van artikel I-P8 wordt het salaris dat de betrokkene, bedoeld in het tweede lid onder a dan wel b, genoot in de vorige onderwijsfunctie vastgesteld overeenkomstig een van de tabellen, opgenomen in bijlage 1H.
2. Het eerste lid is van toepassing op een betrokkene die:
a. de vorige onderwijsfunctie vervulde aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d1 of d2, in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R, die functie eindigde voor 1 augustus 1997, en van wie benoeming plaatsvindt op of na 1 augustus 1997 aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d1 of d2 in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q of I-R, dan wel,
b. de vorige onderwijsfunctie vervulde aan een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d4, d5 onder a, d6, d10, d13, d14, d15, d17 of d18, aan een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1, 1.3.3, 1.3.4, 1.5.1 dan wel aan een instelling als bedoeld in artikel 12.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R, die functie eindigde voor 1 augustus 1996, en van wie benoeming plaatsvindt op of na 1 augustus 1997 aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d1 of d2 in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q of I-R.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van het salaris behorende bij een normbetrekking.
4. Dit artikel is niet van toepassing op de salarisvaststelling in het schooljaar 1997–1998 van een betrokkene die in het schooljaar 1996–1997 als leraar gedurende alle schoolweken benoemd dan wel gedurende ten minste 60 werkdagen werkzaam en bezoldigd is geweest in het primair onderwijs.
2. Het eerste lid is van toepassing op een betrokkene die:
a. de vorige onderwijsfunctie vervulde aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d1 of d2, in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R, die functie eindigde voor 1 augustus 1997, en van wie benoeming plaatsvindt op of na 1 augustus 1997 aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d1 of d2 in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q of I-R, dan wel,
b. de vorige onderwijsfunctie vervulde aan een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d4, d5 onder a, d6, d10, d13, d14, d15, d17 of d18, aan een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1, 1.3.3, 1.3.4, 1.5.1 dan wel aan een instelling als bedoeld in artikel 12.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-R, die functie eindigde voor 1 augustus 1996, en van wie benoeming plaatsvindt op of na 1 augustus 1997 aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d1 of d2 in een functie als bedoeld in hoofdstuk I-Q of I-R.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van het salaris behorende bij een normbetrekking.
4. Dit artikel is niet van toepassing op de salarisvaststelling in het schooljaar 1997–1998 van een betrokkene die in het schooljaar 1996–1997 als leraar gedurende alle schoolweken benoemd dan wel gedurende ten minste 60 werkdagen werkzaam en bezoldigd is geweest in het primair onderwijs.
- Citeren als
- Art. V-P17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl