BWBR0003776
Geldig vanaf 1985-03-15
Artikel 5
Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985
1. Het in artikel 3gestelde verbod geldt, mits is voldaan aan verordening 136/2004/EGen de artikelen 6f tot en met 6j, niet voor de in- en doorvoer van een partij vleesproducten vervaardigd van vers vlees, vlees van vrij of gekweekt wild, dan wel vlees van konijnen of tamme hazen, die afkomstig zijn uit een derde land of gedeelte van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, staat vermeld op de lijst, opgenomen in de bijlagen I en II bij beschikking 97/222/EG, en die voldoet aan de in voornoemde beschikking opgenomen eisen ten aanzien van het derde land respectievelijk gedeelte van het derde land van herkomst.
2. Een partij vleesproducten als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in de bijlage bij beschikking 97/221/EG, en voldoet aan de voorwaarden en eisen die in voornoemde beschikking en in vorenbedoeld certificaat zijn opgenomen.
3. Een partij vleesproducten als bedoeld in het eerste lid gaat bovendien, voor zover zij afkomstig zijn van vlees van vrij of gekweekt wild, dan wel vlees van konijnen of tamme hazen, vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in de bijlage bij beschikking 97/41/EG, en voldoet aan de voorwaarden en eisen die in voornoemde beschikking en in vorenbedoeld certificaat zijn opgenomen.
4. Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het tweede lid, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage XI, hoofdstuk D, punt 4, van verordening 999/2001/EG.
5. Een partij vleesproducten als bedoeld in het derde lid, is afkomstig uit een inrichting die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor de betrokken vleesproducten uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen voor een overgangsperiode van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lid-staten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (PbEG L 243), die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen de vleesproducten met inachtneming van die bepalingen afkomstig mogen zijn uit een inrichting die voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk 1 van bijlage II van richtlijn 92/118/EEG.
6. Onverminderd het tweede tot en met vierde lid is, zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van vleesproducten vanuit derde landen niet of slechts gedeeltelijk ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, de doorvoer van vleesproducten die zijn bestemd voor een lid-staat, slechts toegestaan indien is voldaan aan de voorschriften van de lid-staat van bestemming.
7. De vleesproducten zijn niet verkregen van of met vlees van landbouwhuisdieren als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 96/22/EGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEGen 88/299/EEG(PbEG L 125), waaraan stoffen of producten zijn toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van die richtlijn niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan.
2. Een partij vleesproducten als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in de bijlage bij beschikking 97/221/EG, en voldoet aan de voorwaarden en eisen die in voornoemde beschikking en in vorenbedoeld certificaat zijn opgenomen.
3. Een partij vleesproducten als bedoeld in het eerste lid gaat bovendien, voor zover zij afkomstig zijn van vlees van vrij of gekweekt wild, dan wel vlees van konijnen of tamme hazen, vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in de bijlage bij beschikking 97/41/EG, en voldoet aan de voorwaarden en eisen die in voornoemde beschikking en in vorenbedoeld certificaat zijn opgenomen.
4. Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het tweede lid, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage XI, hoofdstuk D, punt 4, van verordening 999/2001/EG.
5. Een partij vleesproducten als bedoeld in het derde lid, is afkomstig uit een inrichting die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor de betrokken vleesproducten uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen voor een overgangsperiode van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lid-staten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (PbEG L 243), die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen de vleesproducten met inachtneming van die bepalingen afkomstig mogen zijn uit een inrichting die voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk 1 van bijlage II van richtlijn 92/118/EEG.
6. Onverminderd het tweede tot en met vierde lid is, zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van vleesproducten vanuit derde landen niet of slechts gedeeltelijk ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, de doorvoer van vleesproducten die zijn bestemd voor een lid-staat, slechts toegestaan indien is voldaan aan de voorschriften van de lid-staat van bestemming.
7. De vleesproducten zijn niet verkregen van of met vlees van landbouwhuisdieren als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 96/22/EGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEGen 88/299/EEG(PbEG L 125), waaraan stoffen of producten zijn toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van die richtlijn niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan.